Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dorp was thans gewapend; zelfs vrouwen en kinderen, door het voorbeeld hunner mannen en vaders aangevuurd, sloten zich bij de krijgslieden aan en stortten zich met woede op de Apachen, die, nu zij hunne overrompeling zoo deerlijk zagen mislukken, aan niets meer dachten dan om in het ruime veld te komen.

Gedurende een kwartier uurs was de slachting vreeselijk. Eindelijk was het den Apachen, onder aanvoering van Stanapat en de ZwarteKat, die schier het onmogelijke deden om den strijd weder op den vorigen voet te brengen, gelukt, om door den drom hunner vijanden zich eene opening te banen, en nu stormden zij in alle richtingen naar buiten, dicht achtervolgd door de Comanchen, die met hunne knodsen, zonder genade nederbeukten wat onder hun bereik kwam.

Slechts één troep hield nog stand.

Gerugsteund door de palissade, die zij nog niet over hadden kunnen komen, waren de bandieten met het lichaam der zieltogende Gazelle in hun midden, voet voor voet voor de aan alle kanten opdringende vijanden teruggetrokken, maar hen gedurig op hunne beurt aanvallende en tot wijken brengende.

Maar de strijd was al te ongelijk en langer weerstand bieden werd voor de vrijbuiters weldra onmogelijk.

In een oogenblik van verwarring namen zij behendig hunne kans waar, en kozen allen het hazenpad, ieder in eene verschillende richting, om op deze wijs des te zekerder te kunnen ontsnappen.

Sandoval had daarbij de Witte-Gazelle op zijne forsche schouders genomen, en met een wanhopigen sprong, dien de nood alleen hem deed wagen, was hij over de palissaden in de vlakte gekomen, waar hij zich in het hooge gras meende te zullen verbergen.

Misschien zou hem dit werkelijk gelukt zijn, zoo hij niet door vier vijanden ware achtervolgd, die het er op schenen gemunt te hebben om zich van hem meester te maken.

Juist toen hij na den vervaarlijken sprong dien hij gedaan had, zich wilde oprichten, werd hij door Valentin en zijne metgezellen overrompeld, die hem geen tijd lieten om zich te verdedigen en ondanks zijn wanhopigen weerstand en woest geschreeuw, hem met een lasso zoo vast bonden dat hij geen lid meer verroeren kon.

Toen de oude roover zich gevangen zag, liet hij het hoofd moedeloos hangen, en met een treurigen blik op haar die hij niet had kunnen redden, slaakte hij een diepen zucht terwijl er een heete traan langs zijn verbleekte wangen biggelde.

Juist op dit oogenblik reed Ellen het dorp in, omringd door haar escorte.

Valentin schrikte toen hij haar zag.

„Helaas!" mompelde hij, „waar is dona Clara?"

„Mijne dochter! mijne dochter! waar is mijne dochter?" riep eene radelooze stem.

En op eens stond de haciendero voor hem, met verbleekt gelaat en gescheurde kleederen.

Sluiten