Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzelfde.... en daarbij, al heb ik gezworen haar te zullen verdedigen, ik kan haar toch niet dwingen mij te beminnen."

Na deze verstandige beschouwingen, die hem zijne vorige kalmte van geest teruggaven, wierp hij zijn geweer op schouder en voegde zich bedaard bij de partijgangers van den Zoon des Bloeds.

Don Pablo had intusschen het meisje naar een der weinige calli's gebracht, die gelukkig door de vlammen waren gespaard.

Op het oogen blik toen zij er binnentraden, kwam Valentin bij hen.

„O!" riep hij vroolijk, „eene vrouw! des te beter, die kan ons hier van dienst zijn."

In de hut lag de Witte-Gazelle reeds op eenige bisonsvellen, maar nog altijd bewusteloos.

„Ziedaar, Senorita," zeide hij glimlachend, „sta mij toe u dezen jonkman toe te vertrouwen, dien Curumilla half dood heeft geslagen; hij is nog bijna een kind, wij zullen samen zien dat wij hem weer in het Jeven roepen."

Pedro Sandoval, ofschoon men hem zijn wapens niet teruggaf, was, zoodra hij zijn woord van eer had verpand, terstond van zijne banden ontslagen geworden; hij bevond zich dus op vrije voeten.

„Companero," zeide hij, „laat deze senora doen wat hier noodig is, zij zal er zich beter van kwijten dan wij. Wij zijn hier te veel, laten wij heengaan, uw gevangene is eene vrouw."

„Eene vrouw!" riepen de beide anderen verbaasd.

„Arm kind," prevelde Ellen meewarig. „O, zijt gerust, mijne heeren, ik zal wel zorg voor haar dragen."

„Ik dank u, ik dank u, Senorita," zeide de oude vrijbuiter, haar bij herhaling de hand kussende, „ik zou mijn laatsten droppel bloed willen geven als ik haar nog eens kon zien glimlachen."

„Is zij dan uwe dochter?" vroeg Ellen belangstellend.

De roover schudde treurig van neen.

„Wij hebben geen kinderen noch huisgezinnen, wij verworpelingen der beschaving," zeide hij met eene sombere stem, „doch van hare eerste kindsheid af, heb ik voor dit arme meisje gezorgd, ik bemin haar met al de liefde die ik vermag, ik ben altijd zoo goed als haar vader voor haar geweest, mijn grootste verdriet is thans dat ik haar lijden zie zonder het te kunnen verlichten."

„Laat die zorg maar aan mij over, ik hoop dat gij weldra hare stem zult hooren en dat zij u weder zal toelachen."

„O, doe dat, Senorita," riep Sandoval diep getroffen, „en ik, die nooit geloof heb gehad, ik zal u op mijne knieën als een engel des hemels aanbidden!"

Ellen was bewogen door deze ongekunstelde belooning van liefde en trouw bij een zoo ruwen man als de roover; zij herhaalde hem hare belofte, dat zij aan de gevangene al de zorgen zou besteden die haar toestand vereischte, en de beide vrouwen bleven in de hut alleen.

Intusschen scheen er als bij tooverslag een nieuw dorp in de plaats van het oude te verrijzen.

Sluiten