Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In weinige uren waren er aan alle zijden tenten van bisonsvellen opgericht, en tegen den middag bleven er nauwelijks eenige sporen over van den bloedigen slag, die hier in den afgeloopen nacht en in den morgen van dien dag had plaats gehad.

üp het groote dorpsplein werd een vuur ontstoken; en de gevangen Apachen, aan palen gebonden, die opzettelijk voor hen waren opgericht, wachtten met kalmte tot hun lot zou beslist zijn.

Alles maakte zich intusschen gereed voor den scalpdans, dien de Comanchen zishdi-arichi noemen.

Een aantal groote, schoone, bont uitgedoste mannen verzamelde zich weldra op het plein.

Allen hadden hun aangezicht zwart gemaakt, zoowel als de Eenhoorn en Pethonista, die hen geleidden; daarop volgden de oude vrouwen en kinderen in optocht en plaatsten zich achter de mannen.

Hierop volgden weder andere vrouwen, twee aan twee in gesloten kolonne, en bezetten het midden van het plein.

Haar tred was kort en langzaam.

Zeven krijgslieden van de vereeniging der Oude-Honden maakten de muziek; ook zij hadden hunne aangezichten zwart geverfd; drie van hen hadden trommen, de vier overigen chichikoués.

De krijgslieden, in hunne groote bisonsmantels gewikkeld, hadden het hoofd ongedekt, maar over het algemeen met veêren van katuilen of andere vogels versierd, die naar achteren afhingen.

De aangezichten der vrouwen waren mede beschilderd, sommige zwart, andere rood; ook zij droegen bisonsmantels, of anders wollen dekens van verschillende kleuren.

Twee of drie vrouwen van de voornaamste opperhoofden, droegen witte bisonshuiden en hadden bovendien een groote arendsveêr op het hoofd, die recht overeind stond.

Daar de Zonnestraal, de vrouw van den Eenhoorn, afwezig was, vervulde de eerste vrouw van Pethonista hare plaats en was in hare hoedanigheid als aanvoerderes gekapt met een groote gewijde muts, uit de schoonste vederen samengesteld, en machsiakoub-acheka genaamd.

Al de andere vrouwen hadden strijdhamers of met rood laken en veêren versierde geweren in de hand, daar zij onder het dansen mede op den grond sloegen.

Wij moeten hier aanmerken dat bij den scalpdans, de vrouwen gewapend en in oorlogsdos verschijnen, met uitsluiting der mannen.

De aanvoerster stond aan den rechtervleugel der bende. Zij had een langen stok in de hand, aan welks boveneinde vier bloedige haarschedels hingen, bekroond met een opgezetten ekster met uitgespreide wieken; een weinig lager, omtrent op de helft van den stok, hingen vijf andere haarschedels.

Recht tegenover de aanvoerster stond eene andere vrouw, die acht scalpen of bidaru's droeg van dezelfde soort; de overige vrouwen hadden er elk een of twee.

Sluiten