Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kort! morgen zal de Zwarte-Kat schreien als eene dochter der Bleekgezichten."

De Zwarte-Kat haalde verachtelijk de schouders op, terwijl de Comanchen hunne uitzinnige toejuichingen verdubbelden.

„Maakt hem los," kommandeerde de Eenhoorn voor de tweede maal.

Verscheidene krijgslieden naderden het opperhoofd der Apachen, sneden de touwen los waarmede hij aan den paal vast zat, bonden hem opnieuw aan handen en voeten en wierpen hem onder een boom, zonder dat de Zwarte-Kat zich verwaardigde het minste teeken van tegenstribbeling of boosaardigheid te geven.

Na een verstandhoudenden blik met Valentin te hebben gewisseld, stelde de Eenhoorn zich aan het hoofd van een troep krijgslieden, en liet hen rondom de overige gevangenen een halven kring vormen.

De vrouwelijke kommandant plaatste zich tegenover hem met de vrouwen.

Daarop begon de muziek met daverend geweld, en de strafoefening nam een aanvang.

De vrouwen en krijgslieden, met scalpeermessen gewapend, dansten rondom de gevangenen en in het voorbijgaan, sneed elk, hetzij man of vrouw, hun een stuk uit het lijf; wel zorg dragende deze wonden zoo oppervlakkig mogelijk te maken, opdat bunne slachtoffers niet te spoedig zouden sterven, hetgeen zeker de helsche vreugd van dit barbaarsch schouwspel merkelijk zou hebben bekort.

De Apachen, daar zij geen ernstige wonden ontvingen, behielden lang hunne kracht, en verduurden de marteling met hardnekkige standvastigheid; zij grijnsden hunne beulen toe en tergden hen tot meerder woede, door hun te verwijten, dat zij de kunst niet verstonden om hunne vijanden te martelen, dat hunne wonden niet anders dan moskietensteken waren, dat de Apachen veel behendiger waren en dat de gevangen Comanchen, die zij vroeger in hun stam gemarteld hadden, vrij wat erger pijnen moesten doorstaan.

De dansende Comanchen raakten meer en meer opgewonden; hunne woede bij het hooren der beleedigingen en beschimpingen die de gevangenen hun toevoegden, steeg tot volslagen razernij.

Eene vrouw, die door een der gevangenen scherper en bitterder beschimpt was dan de anderen, vloog naar hem toe en rukte hem de beide oogen uit, die zij terstond inslokte met de woorden;

„Hond, gij zult de zon niet meer zien!"

„Gij hebt mij de oogen wel uitgerukt, maar gij hebt mij de tong gelaten!" riep de gevangene met een grijns, die door zijn verminkt gelaat nog afschuwelijker werd. „Ik ben het die uw eigen zoon, Het Loopend- Water, toen hij eens in mijne calli binnendrong om mijn hoofdhaar te stelen, het hart uit het lijf gesneden en er in gebeten heb. Doe wat gij wilt, ik ben vooruit reeds gewroken!"

De vrouw, door deze laatste beleediging nog meer verbitterd, stiet hem haar mes in het hart.

De Apache beantwoordde dit met een schaterlach, die plotse-

Sluiten