Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dona Clara in zijne armen, en geheel alleen strijdende met een drom van Apachen.

De jongman was den ganschen dag buiten kennis gebleven. Uischoon zijne wonden niet gevaarlijk waren, hadden het geleden bloedverlies en de schier bovenmenschelijke inspanning waartoe hij verplicht was geweest, hem zoodanig verzwakt, dat er na zijne terugkeering tot het bewustzijn, nog verscheidene uren verliepen, eer zijne gedachten genoegzaam in orde waren om verslag te doen van de gebeurtenissen in welke hij zulk een gewichtig aandeel had gehad.

Fray Ambrosio was dus van gevoelen om hem den noodigen tijd te laten zich alles goed te herinneren, alvorens hij met zijn verhoor begon; vandaar de geveinsde onverschilligheid der gambusinos ten zijnen opzichte, eene onverschilligheid die Shaw zich echter ten nutte maakte tot het beramen van middelen om opnieuw te ontsnappen, en hun voor de tweede maal dona Clara te ontrukken, die zoo noodlottig weder in hunne handen was geraakt.

XXVIII.

HET VERTREK.

Des anderen daags na den veldslag, was met het opgaan der zon in het dorp der Comanchen reeds alles in beweging.

De hachetas of omroepers, beklommen hier en daar de verwoeste hutten, om de krijgslieden bijeen te roepen, die, ofschoon nog vermoeid van den dans en het gevecht op den vorigen dag, van

lieverlede aankwamen.

De oorlo^sfluiten, de kinkhoorns, de trommels en chichikouees maakten een helsch leven, en weldra had zich de geheele bevolking verzameld. ^ , , , ., De Eenhoorn was een opperhoofd van groote bekwaamheid en

voorzichtigheid. . . ,

Op het punt van eene onderneming te beginnen, die hem gedurende langen tijd van de zijnen kon verwijderd houden, wilde hii de achterblijvers niet zonder verdediging blootstellen aan eene dergelijke overrompeling, als die den vorigen dag zoovele vrouwen en kinderen van zijn stam getroffen had. *

Daar het seizoen reeds ver gevorderd was, had hij besloten om het zomerdorp te ontruimen en degenen die hem op zijn tocht niet konden vergezellen naar het winterdorp te geleiden, dat op eene ontoegankelijke steilte in het naastbiizijnde bosch gelegen was. Het dorp bood thans een schilderachtig schouwspel. De krijgslieden, in volle wapenrusting, beschilderd en in oorlogsdos, stonden in twee detachementen van ongeveer honderd man te voet op het marktplein geschaard, geflankeerd door twee pelotons ruiters, van ongeveer vijf en twintig man elk.

Sluiten