Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom zou ik niet?" riep zij, „wat kunt gij mij doen? mij dooden? Een schoone wraak voor een man die moed heeft! En daarbij, wat geef ik om mijn leven! Wie weet, of gij misschien, zonder het te willen en terwijl gij mij denkt te straffen, mij niet een grooten dienst bewijst, door mij van kant te maken."

„U dooden ? loop heen!" riep de jager met een verguizenden glimlach, „zulke schepsels als gij, doodt men niet! In het eerste oogenblik van opwellenden toorn kan men ze verpletteren als venijnige wormen onder de hak van zijn laars; maar bij nadere gedachten rukt men ze liever de tanden uit. Dat heb ik u gedaan, slang! Bijt thans zoo gij kunt."

Eene vreeselijke woede overmeesterde de Gazelle. Zij nam hare rijzweep, en eer hij er op verdacht was, gaf zij er Valentin een slag mede in 't aangezicht, hem alleen dit enkele woord tusschen de gesloten tanden toesissend:

„Lafaard!...."

Bij dezen grievenden hoon verloor de jager zijne gewone koelbloedigheid, hij greep een zijner pistolen en schoot het bijna met de tromp op de borst af op de vrouw, die hem roerloos en met een spotlach op de lippen aankeek. Maar zij had te scherp op den Franschman gelet en niet een zijner bewegingen uit het oog verloren, en op het oogenblik dat hij zou losbranden, gaf zij haar paard een spoorslag en deed het een bliksemsnellen zijsprong maken, zoodat de kogel haar zonder letsel voorbij floot.

Op het gerucht van dit pistoolschot, geraakte de gansche karavaan in wanorde, en kwamen verscheidene jagers in vollen galop naar de plek waar het tooneel plaats had, om te zien wat er gebeurd was.

Nauwelijks was het schot gevallen, of Pedro Sandoval, die zich tot hiertoe op korten afstand had gehouden, en schijnbaar onverschillig voor alles wat er gesproken werd, snelde naar Valentin, met een lang mes gewapend dat hij onder zijn kleed had weten te verbergen.

De Franschman echter, die terstond zijne tegenwoordigheid van geest had hernomen, wachtte hem rustig af en op het oogenblik dat de vrijbuiter in voile vaart op hem toeschoot, stuitte hij hem door hem een kogel in het lijf te zenden.

De bandiet tuimelde op den grond, huilende van woede.

De Gazelle zag hem vallen.

Zij wierp een verachtelijken blik om zich heen, gaf haar paard de sporen en verwijderde zich zoo snel als de wind, onder een hagelbui van kogels, die men van alle kanten tegelijk op haar afschoot.

Bij het eerste kreupelboschje keek zij om en riep met eene krijschende stem:

„Wij zien elkaar spoedig terug, don Valentin; tot weerziens!"

De jager wilde niet dat men haar zou vervolgen.

Het duurde niet lang of zij was in de struiken verdwenen.

„Haha!" riep de generaal, die intusschen was afgestegen om Sandoval van naderbij te bezien, „die kerel is slecht van de reis

Sluiten