Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het laatste toe zoeken te bedriegen. Die naam is mijn laatste wraak Nina! gij zult aan mij denken."

Het meisje greep met drift naar het beursje en maakte er zich meester van.

„Thans vaarwel!" riep Sandoval. „Mijne baan op de wereld is afgeloopen, Gods oordeel roept mij."

En het pistool nemende, dat de Roode-Ceder bij hem gelaten had, schoot hij zich voor den kop, terwijl zijn laatste blik nog op de Gazelle gericht was.

Deze scheen zijn treurig uiteinde nauwelijks op te merken.

Zij verscheurde het zakje met hare tanden.

Toen zij het open had, haalde zij er de brieven uit en liep die spoedig door.

Plotseling gaf zij een wanhopigen gil en viel achterover, met de beide brieven in de krampachtig gesloten handen.

De Indianen en vrijbuiters snelden toe om haar hulp te bieden.

Maar eer deze haar bereikten schoot er uit de struiken een ruiter te voorschijn, en bij de Gazelle komende, bukte hij zonder zijn paard een oogenblik te vertragen ter zijde, hief het meisje met krampachtige hand op, wierp haar voor zich op den zadel en rende spoorslags door de verbaasde bandieten heen.

„Tot flusjes, Roode-Ceder!" riep hij met eene klaterende stem toen hij den Squatter voorbijreed.

Eer deze en zijne kameraden nog van hunne verwondering bekomen waren, was de vreemde ruiter reeds in een wolk van stof verdwenen.

Die ruiter was de Zoon des Bloeds.

De Roode-Ceder schudde somber het hoofd.

„Zou het toch waar zijn wat de priesters zeggen: dat er eene rechtvaardige Voorzienigheid bestaat?" mompelde hij.

XXXI.

ELLEN.

Na de treurige terechtstelling van Sandoval hadden de jagers langzaam hunne reis voortgezet.

De tooneelen, door ons in de voorgaande hoofdstukken beschreven, hadden hen in eene diepe neerslachtigheid gedompeld, die zich door niets liet verdrijven.

Sedert het verdwijnen van dona Clara, was don Miguel de Zarate als van de hoogte zijner aardsche verwachtingen afgestort, en bewaarde hij een dof stilzwijgen.

De levenslustige krachtvolle man, door het ongeluk overwonnen, had zijne wakkerheid van geest verloren en reed zwijgend in het gevolg zijner kameraden, die zijne droefheid eerbiedigden en hem

Sluiten