Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bezwijken en viel buiten kennis voor de voeten onzer paarden, altijd nog met den kostelijken last aan zijne bloedende borst, die hem zeker was toevertrouwd en daar hij gezworen had zijn leven voor te zullen opofferen. Ziedaar dat is de volle waarheid, Senora, dat zweer ik u als eerlijk man."

Dona Clara glimlachte spotachtig.

„O.'houdt uwe leugenachtige nuttelooze betuigingen maar voor u, Senor padre," zeide zij, „ik heb u, Goddank! in den laatsten tijd genoeg leeren kennen en ik weet hoeveel men op uwe woorden kan staat maken."

De monnik verbeet zich de lippen van spijt.

„Het kan wel zijn dat gij u bedriegt, Senora," antwoordde de monnik met een deemoedige buiging, „en dat gij te licht vertrouwt op den bedriegelijken schijn."

„Zeer bedriegelijk, inderdaad," riep het meisje, „daar uw gedrag dien tot hiertoe volkomen bevestigd heeft."

In het donkere oog van den monnik fonkelde een straal van woede, die echter even spoedig weder werd gedoofd; hij zette zijn gezicht in een deftigen plooi en hervatte met minzaamheid :

„Ook mij beoordeelt gij verkeerd, door mij te verdenken, Senora ; het ongeluk maakt u onrechtvaardig. Gij vergeet, wat ik aan uw vader te danken heb."

„Dat heb ik niet vergeten, maar gij vergeet het," zeide zij met drift.

„En wie zegt u," riep hij met zekere gevatheid, „wie zegt u, Senora, zoo ik mij in het kamp uwer vijanden bevind, dat dit niet is om u des te beter te kunnen dienen?"

„O!" antwoordde zij ironisch, „maar het zou u toch wel eenigszins moeielijk vallen om mij van uwe trouw de bewijzen te geven, mijnheer." J 8 '

„Niet zoo moeilijk als gij wellicht denkt, Senora; ik heb er op dit oogenblik een in mijn bereik dat gij niet zult kunnen in twijfel trekken."

„En dat bewijs is?" zeide zij ironiek.

Geen ander dan dit, Senora: mijne kameraden slapen, en op vijftig passen van hier, in het bosch, heb ik gezorgd dat er twee paarden gereed staan; zoo gij wilt zal ik er u heen brengen, tegelijk met dezen ongelukkigen jonkman, die, hoe wreed gij hem ook miskent, na de gevaren die hij voor u heeft getrotseerd, u geheel is toegedaan, en onder wiens geleide gij gemakkelijk binnen weinige uren zoo ver van hier zult zijn, dat niemand van ons u zal kunnen achterhalen. Ziedaar mijn bewijs, Senora; zult gij nu nog langer zeggen dat ik u bedrieg?"

„En wie zegt mij, mijnheer," hervatte zij, „dat onder de geve'?S(j® belangstelling die gij mij betoont en die op mijn eisch wel schielijk bij u schijnt te zijn opgekomen, geen nieuwe valstrik schuilt?"

De Roovers der Prairiën.

14

Sluiten