Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Parbleu! ik denk toch niet, dat gij ons voor wilde beesten hebt aangezien?"

„Ik begrijp u niet," zei de bandiet met een dom gezicht. „Dat is wel mogelijk," riep Yalentin, „hoe is uw naam?" „Ourson."

„Hum! een lieve naam. En wat hadt gij zoo dicht bij ons kamp te zwerven."

„De nacht is donker, ik hield u voor Apachen."

„Hebt gij daarom op ons geschoten?"

„Ja."

„Gij hebt ons alle zes toch niet willen dooden, met een enkel schot, denk ik."

„Ik heb u niet willen dooden."

„Ah zoo! dan hebt gij ons zeker willen salueeren, niet waar ?" grinnikte de jager.

„Neen, maar ik wilde uwe aandacht trekken."

„Ah! welnu, dat is u gelukt. Waarom zijt gij dan weggeloopen?" „Ik ben niet weggeloopen; integendeel, ik heb mij laten vangen." „Hum!" riep Valentin. „Enfin, dat is hetzelfde; als wij u maar hebben, dat is genoeg; en zoo gij ons thans ontsnapt, zult gij al zeer knap moeten zijn."

„Wie weet?" mompelde de roover.

„Waar gingt gij heen?"

„Naar mijne vrienden, aan de andere zijde der rivier."

„Welke vrienden?"

„Vrienden van mij."

„Dat zal wel waar zijn."

„Die man is een idioot," riep de generaal de schouders ophalende. Yalentin wierp hem een beduidenden blik toe.

„Zoudt gij dat denken, generaal?" vroeg hij.

Ibanez antwoordde niet.

Valentin ging voort den bandiet te ondervragen.

„Maar wie zijn die vrienden van u, daar gij naar toe moest?"

„Ik heb het u reeds gezegd, jagers."

„Zeer goed, maar hebben die jagers geen naam."

„Hebt gij er misschien geen?"

„Hoor eens kerel," hernam Valentin, dien de antwoorden van den bandiet begonnen te vervelen, „ik waarschuw u, als gij mij niet ordelijk op mijne vragen wilt antwoorden, zal ik genoodzaakt zijn om u een kogel door den kop te jagen."

Ourson deed een stap achteruit.

„Mij een kogel door den kop schieten!" riep, hij „mij! doe dat eens, als gij durft."

„Waarom zou ik niet durven, vriendje?"

„Omdat de Roode-Ceder mij zou wreken."

„Ha ha! gij kent dus den Roode-Ceder?"

„Te duivel! of ik dien ken! ik ging juist naar hem toe."

Sluiten