Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne kameraden snelden toe.

Op een beperkte open plek lagen verscheidene doode boomen over elkander geworpen. Geholpen door Curumilla, begon Valentin ze weg te ruimen.

De Mexicanen, wier belangstelling ten hoogste was opgewekt, sloegen mede de handen aan 't werk en hielpen zooveel zij konden.

Na verloop van eenige minuten waren reeds verscheidene boomen ter zijde gerold. Valentin krabde thans de bladeren weg, die over den grond waren verspreid en ontblootte de overblijfsels van een vuur.

De asch en de houtskolen waren nog heet.

„Wel, wel," riep hij, „de Roode-Ceder is minder slim dan ik gedacht had."

Don Miguel, zijn zoon en de generaal konden het vernuft van den jager niet genoeg bewonderen.

Valentin glimlachte.

„Het is niets," zeide hij. „Maar gij ziet wel dat de schaduwen langer worden en de zon ten ondergang neigt; binnen drie uren zal de nacht over de woestijn gedaald zijn,laten wij hier blijven; zoodra de duisternis valt, gaan wij weder op weg."

Allen gehoorzaamden, en het kamp was spoedig gereed.

„Gaat nu slapen," zei de jager; „ik beloof u intijds te zullen wekken; wij hebben een moeielijken nacht te wachten."

Valentin voegde de daad bij de les, en aan de anderen een voorbeeld gevende, strekte hij zich op den grond uit, sloot de oogen en sliep in.

Omtrent een uur na zonsondergang werd de Franschman wakker.

Hij staarde om zich heen; al zijne metgezellen sliepen nog; Curumilla was er niet.

„Goed," prevelde Valentin in zich zeiven, „de Ulmen heeft zeker iets gezien en zal er op uit zijn gegaan om zich nader te onderrichten."

Nauwelijks had hij deze alleenspraak geëindigd, of hij zag twee donkere gestalten zich zwart tegen den nacht afteekenen.

De jager verschool zich terstond achter een boomstam, spande den haan van zijn geweer en legde aan.

Op hetzelfde oogenblik klonk het geschreeuw van den trompetzwaan dicht in de nabijheid.

„Wel weergaasch!" riep Valentia zijn geweer in rust brengende, „zou Curumilla wellicht nog een gevangene gemaakt hebben ? Dat zullen wij spoedig zien."

Eene minuut later kwam Curumilla bij hem, door een Indiaan gevolgd; die Indiaan was de Zwart-Kat.

Toen Valentin hem zag, schreeuwde hij bijna van verrassing.

„Mijn broeder is welkom!" zeide hij.

„Ik heb myn broeder gewacht," antwoordde het Apachenhoofd.

„Hoe dat?" riep Valentin.

„Heeft mijn broeder het spoor van den Roode-Ceder reeds gevonden?"

„Ja."

Sluiten