Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer om elkander te verscheuren of te ontvlieden, zoo volkomen had de schrik hun aangeboren instinct veranderd!

De vogels, uit hunne nesten opgejaagd, verhieven hun angstig noodgeschrei in de met zwavel en aardpek bezwangerde lucht, en tuimelden machteloos op den grond neder, fladderend en sidderend met uitgespreide vleugels en opgestoken vederen.

Een tweede geesel voegde zich bij de eerste en scheen, zoo mogelijk, den schrik van dit ontzettend tooneel te willen vergrooten.

De brand, door de Indianen in het kamp der gambusinos gesticht, had van lieverlede het hooge gras der prairie bereikt; plotseling ging de vlam op over de velden en verlichtte het tooneel met ontzettenden luister, alles verschroeiend en verterend wat haar voorkwam, onder het uitwerpen van myriaden vonken, met gruwzaam gesis en geblaas.

Men moet een brand in de prairiën van het Verre Westen hebben bijgewoond, om zich van de ontzettende pracht van zoodanig schouwspel een denkbeeld te kunnen maken.

Onmetelijke wouden branden geheel af, hunne eeuwenheugende boomen krommen zich en splijten vaneen, met zuchten, sidderingen en stuiptrekkingen van smart, als waren het menschelijke wezens die in hunne laatste ure jammerden en schreeuwden. De boschrijke bergen, wanneer zij in brand staan, gelijken naar sombere onheilspellende baken wier ontzaglijke vlammen kronkelend ten hemel stijgen, dien zij op verre afstanden kleuren met bloedigen wederschijn.

De grond hield niet op van tijd tot tijd hevig te schokken; in het noordoosten naderden de zwalpende en klotsende golven der Rio-Gila; in het zuidwesten vorderde de boschbrand met snelle en hortende sprongen.

De ongelukkige Roodhuiden, en jagers, en hunne vijanden de vrijbuiters, zagen met stomme verbazing de ruimte rondom hen van oogenblik tot oogenblik inkrimpen, en met haar de kans op levensbehoud gelijktijdig verminderen.

In dit. veege oogenblik zou men gezegd hebben dat ieder gevoel van haat in hunne harten moest verdwijnen, maar de Roode-Ceder en de jagers dachten alleen om hunne wraak en vervolgden hun ijlende vaart, als barende duivels dwars door de prairie, die weldra ook hun graf dreigde te zullen worden.

Intusschen naderden de twee natuurlijke plagen elkander met gewissen tred; reeds konden de blanken, evenals de Roodhuiden, met juistheid de minuten berekenen die hun nog overbleven, eer hunne laatste schuilplaats, hetzij door de wateren verzwolgen of door de vlammen zou verteerd worden.

In deze vreeselijke ure wendden de Apachen zich tot Valentin, als tot den eenigen man die hen redden kon.

Bij dit plechtig beroep staakte de jager voor eenige seconden de vervolging van den Roode-Ceder.

„Wat verlangen mijne broeders?" zeide hij.

Sluiten