Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den boom drongen en het evenmin in staat was die er uit te trekken als den slag te herhalen. — Haha! dacht ik, nu zullen we je wel spoedig krijgen! — Dadelijk nam ik een steen, waarmede ik zoo op zijne slagtanden hamerde, dat zij ombogen, zoodat hij in 't geheel niet meer los kon komen. Nu moest hij geduld hebben, totdat ik van 't naburig dorp karren en touwen gehaald had, om hem levend en ongedeerd naar huis te brengen, hetgeen dan ook behoorlijk plaats vond.

Het noodlot scheen echter te willen, dat ik juist door de vreeselijkste en gevaarlijkste beesten aangevallen zou worden, wanneer ik buiten machte was, hun het hoofd te bieden, alsof 't instinkt hem zeide, dat ik zwak en weerloos was. Zoo had ik op zekeren dag juist den vuursteen van mijn geweer afgeschroefd, om hem wat scherper te maken, toen plotseling een monsterachtige beer brommend op mij afkwam. Alles wat ik doen kon, was, zoo spoedig mogelijk op een boom te vluchten, om mij daar voor de verdediging gereed te maken.

Ongelukkigerwijze viel onder 't klimmen mijn mes, dat ik juist gebruikt had, naar beneden, en nu had ik niets dan mijn vingers, om de schroef, die buitendien zeer stroef ging, te sluiten. Onder aan den boom stond de beer, en elk oogenblik kon ik verwachten dat hij op mij af zou komen.

Weer vuur uit mijne oogen te slaan, zooals ik vroeger al eens gedaan had, dat wilde ik nu liefst niet beproeven, omdat ik er destijds zulke hevige pijnen door gekregen had. Daar zat ik nu, met kloppend hart het monster daar beneden bespiedende, want de zenuwen van den moedigsten man krijgen het te kwaad, als hij den dood voor oogen ziet, en elk oogenblik door een wild dier verscheurd kan worden. De beer, evenals de hond, martelt daarbij zijn prooi op vreeselijke wijze.

Nooit zal ik, zoolang ik leef, die oogenblikken vergeten, welke

Sluiten