Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heet en koud onder mijne huid. Intusschen gelukte mijne list mij voortreffelijk. Zij kwamen de een na den ander mij beruiken, en hielden me klaarblijkelijk voor een broeder Bruin. Niemand hunner giste, dat ik de ware broeder niet was. Er haperde niets aan als de grootte, om hun volkomen gelijk te zijn, en verscheidene jongen onder hen waren niet veel grooter dan ik. Toen zij allen mij en het lijk van hun vermoorden metgezel beroken hadden, wiens huid nu mijn beschermster was geworden, werden wij vertrouwd met elkaar, en bespeurde ik, dat ik al hunne bewegingen vrij wel nabootsen kon, doch alleen in 't brommen, brullen en schreeuwen waren zij mijn meester. Edoch, hoewel ik er nu als een beer uitzag, ik was en bleef toch een mensch, en ik begon bij mij zeiven te overleggen, hoe ik 't vertrouwen, dat tusschen mij en deze dieren ontstaan was, wel 't voordeeligst kon aanwenden.

Ik had vroeger eens van een ouden wondheeler gehoord, dat eene wonde in de ruggegraat oogenblikkelijk doodelijk is. Hieromtrent besloot ik nu eene proef te nemen. Ik nam mijn mes weer in de hand, en stiet het den grootsten beer in mijne nabijheid dicht bij de schouders in den nek. Ongetwijfeld was dit eene zeer gewaagde Streek en 't was mij dan ook niet weinig bang om 't harte. Want dit was zeker: overleefde 't dier den stoot, dan werd ik in stukken gescheurd.

Doch mijne proefneming gelukte boven alle verwachting, want hij viel dood aan mijne voeten zonder een kik te geven. Nu besloot ik al de overigen op dezelfde wijze om te brengen, hetgeen mij dan ook in 't geheel niet moeilijk viel; want al zagen ze links en rechts hunne broeders vallen, zij hadden er niet het minste erg in. Zij dachten noch aan de oorzaak noch aan de uitwerking van 't neervallen, en dat was een geluk voor mij en voor hen. — Toen ik ze allen dood voor mij zag liggen, scheen ik mij zeiven een tweeden Simson toe, nadat hij de duizenden verslagen had.

Sluiten