Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Het Lithausch paard van den Baron. — Een rit op eene theetafel. — De mistige wolk. — Alleen in de vijandelijke stad. — Het ongeval met het paard. — Het vel van den hoefsmid. — Anecdote van den haas met acht pooten.

Ik denk aan mijnen zeldzamen hond met hetzelfde genoegen en niet minder genegenheid dan aan een voortreffelijk Lithausch paard, dat met geen geld te betalen was. Het werd mijn eigendom door een toeval, dat mij de gelegenheid schonk om mijne rijkunst tot mijn niet geringen roem te toonen. Ik was namelijk eens op het prachtig landgoed van graaf Przobossky in Lithauen en bleef bij de dames in het thee-salon, terwijl de heer en naar het binnenplein waren gegaan, om een jong raspaard te bezien, dat juist uit de stoeterij gekomen was. Plotseling hoorden wij angstig gillen.

Ik liep ijlings naar beneden en vond daar een paard, zóó wild en onhandelbaar, dat niemand het dorst te naderen. Ontsteld en verward stonden de kloekste ruiters daaromheen; angst en bezorgdheid was op aller gelaat te lezen, totdat ik met een enkelen sprong op zijn rug zat en het paard door deze verrassing niet alleen gedwee en gehoorzaam was, maar ook door het aanwenden mijner beste rijkunsten geheel tot kalmte geraakte.

Sluiten