Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegen weide geloopen, waar ik het waarschijnlijk nog vinden zou. Ik keerde dadelijk om en in een onbegrijpelijk snellen galop bracht mij de helft van mijn paard, dat mij nog overgebleven was, naar de weide.

Tot mijn groote vreugde zag ik hier de achterste helft van mijn rossinant de vroolijkste kapriolen maken.

Daar ik dus de sprekendste bewijzen had, dat in beide helften van mijn paard leven was, liet ik dadelijk onzen hoefsmid roepen. Zonder zich lang te bedenken, hechtte deze beide deelen met jonge lauwertakken, die hem 't eerst in de hand kwamen, aaneen. De wond heelde gelukkig, en nu greep er iets plaats, dat slechts zulk een beroemd paard gebeuren kon. De stekjes schoten namelijk wortel in zijn lichaam, groeiden welig op en vormden een prieel boven mijn hoofd, zoodat ik later menigen rit zoo in de schaduw van mijne lauweren als die van mijn paard doen kon.

Laat mij nu nog even een zonderling voorval mededeelen, dat ik met een hazewind gehad heb.

Twee dagen lang had ik een haas achtervolgd. Mijn hond zat het dier steeds achterna, doch ik kon het maar niet raken. Aan tooverijen geloof ik niet, daarvoor heb ik te veel wonderlijke dingen in mijn leven gezien; maar die haas bracht me toch in 't nauw.

Dag aan dag vervolgde ik het dier, doch te vergeefs. Eindelijk kreeg ik het onder schot, en wat meent ge dat ik ontdekte? Het had zoowel vier pooten op den rug als onder 't lijf, zoodat als de vier gewone vermoeid waren, het zich met het grootste gemak omdraaide en met de vier anderen aan den loop ging.

Nooit van mijn leven zag ik zijns gelijke, en zonder Diaan zou ik 't dier ook niet machtig zijn geworden.

Sluiten