Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ander bewijs van de macht van den schok was, dat al het volk tusschendeks letterlijk tegen de zoldering geploft werd. Mijn hoofd werd daardoor als 't ware in mijn maag geperst en 't duurde wel eene maand of wat, eer het zijn natuurlijken stand herkregen had.

Nog verkeerden wij allen in de hoogste verbazing over die algemeene en onbeschrijfelijke verwarring, toen alles plotseling opgehelderd werd door de verschijning van een grooten walvisch, die op de oppervlakte der zee drijvende, in slaap geraakt was. Dit monster was er zoo ontevreden over, dat wij het met ons schip gestoord hadden, want met ons roer hadden we zijn neus geschramd, dat het niet alleen met zijn staart de galerij en een deel van het halfdek stuk sloeg, maar ook tegelijkertijd het hoofdanker, dat, als gewoonlijk, aan 't roer hing, tusschen zijne tanden pakte en minstens zestig mijl ver met ons schip voortzwom.

De hemel weet, waar we beland zouden zijn, indien niet gelukkigerwijze het ankertouw gebroken ware, waardoor de walvisch ons schip, doch wij ook gelijkertijd ons anker verloren. Toen we echter zes maanden hierop weêr naar Europa terugzeilden, vonden we denzelfden walvisch, op een afstand van weinige mijlen van dezelfde plek, dood op 't water drijven en scheen hij ons ongelogen omtrent een halve mijl lang. Daar wij nu van zulk een monsterachtig dier heel weinig aan boord konden nemen, zetten we onze booten uit, sneden 't dier met groote moeite den kop af en vonden tot onze groote vreugde niet alleen ons anker, maar ook over de veertig vadem touw, dat aan de linkerzij van zijn bek in een holle kies zat. Dit was het eenige bijzondere, dat zich op deze reis voordeed.

Doch neen, eene noodlottige omstandigheid had ik toch nog bijna vergeten. Toen namelijk de eerste maal de walvisch met het schip zonder plichtpleging wegzwom, kreeg het een lek en drong het

Sluiten