Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.

Een verder relaas van de reis van Harwich naar Hellevoetsluis. — Beschrijving van een aantal zee-voorwerpen, nimmer te voren door eenig reiziger vermeld. — Rotsen die in pracht de Alpen evenaren; kreeften, krabben, enz., van een buitengewonen omvang. — Een vrouwenleven gered. — De oorzaak van haar in zee vallen. — Dr. Hawes' aanwijzingen met bijval gevolgd.

Ik liet verscheidene belangrijke gedeelten in mijns vaders reis over het Engelsche Kanaal naar Holland onvermeld, die ik nu, opdat zij niet verloren gaan, zoo getrouw mogelijk in weinige woorden zal teruggeven, zooals ik ze hem menigmaal aan zijne vrienden heb hooren vertellen.

„Bij mijne aankomst te Hellevoetsluis," zei mijn vader, „merkte men op, dat ik met eenige moeite adem haalde; aan de lieden, die naar de oorzaak hiervan vroegen, vertelde ik dat het dier, op welks rug ik van Harwich het Kanaal overstak, niet zwom, maar met ongelooflijke snelheid op den bodem der zee rende en millioenen visschen voor zich heen dreef, waarvan sommige geheel verschillend van de mij bekende waren. Enkelen hadden den kop aan 't einde van den staart. Ik trok," ging hij voort, „eene verbazende rotsketen voorbij, die even hoog was als de Alpen. Tegen die rotsen groeiden eene menigte groote boomen, beladen

Sluiten