Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Markus was veertien jaar oud, toen hij zijn eerste poging deed om zijn ondoordacht voornemen uit te voeren. Hij had geen vast plan en wilde alleen maar vrij zijn. Eens reed de knecht van den heer Androw naar een dorp, dat op een afstand van een paar uren gelegen was, om een wagen hout te halen. Markus vroeg om te mogen meerijden: het was vacantie en de ouders gaven verlof, als Markus beloofde in alles gehoorzaam te zijn aan den knecht en ze droegen den knecht op, nauwkeurig op hem te letten. De ondeugende jongen beloofde, al wat men wilde; maar nam zich tegelijk voor nooit meer terug te komen, of ten minste zoolang weg te blijven, als hij beliefde. Hij ging heel netjes op den wagen zitten; maar dat duurde slechts zoo lang, tot ze de stad achter den rug hadden, toen sprong hij op de boomen van den wagen en van daar op een van de paarden, ging er zelfs op staan, of liep een eind vooruit en klom dan weer op den wagen, kortom hij deed alle mooglijke dwaasheden, zoodat de oude Maarten voortdurend zijn hart vasthield en vreesde, dat een of ander ongeluk zou gebeuren. In zijn uitgelatenheid had Markus bijna zijn plan verklapt aan Maarten, maar hij hield zich ongelukkigerwijze toch in.

Toen zij in het dorp aankwamen, waar het hout moest worden geladen, werden ze door den boer, die een groote som gelds schuldig was aan den vader van Markus en nu gedeeltelijk met hout mocht betalen, met groote vreugde ontvangen. De boerin deed

Sluiten