Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde hij de rekening van den waard betalen en met de rest van het geld zijn reis voortzetten. Op zijn bed had hij naamlijk het plan ontworpen, naar een havenstad te gaan en zich als scheepsjongen op een schip te verhuren. De horlogemaker was spoedig gevonden. Markus trad den winkel binnen, vertelde een roerende geschiedenis en vroeg den man, hoeveel hij voor het horloge wilde geven. Het was een goed, oud werk, dat op robijnen liep en de kast was zwaar; de horlogemaker bood echter slechts dertig gulden. Markus had nooit veel waarde aan geld gehecht; hij kende ook de waarde van het horloge niet en hij dacht aan dertig gulden wel genoeg te zullen hebben om zijn schuld te voldoen en nog iets over te houden voor de verdere reis. Hij streek zijn geld op, ging naar de herberg terug, pakte zijn zaken in en wilde heengaan om langzaam verder te trekken, zoo vlug als zijn nog altijd zwakke voet hem veroorloofde. Juist stond hij gereed afscheid te nemen, toen een politieagent binnenkwam en hem vroeg mee te gaan naar het politiebureau. Hij schrikte eenigszins; maar hoopte toch, dat er een misverstand was, daar hij nog aan niemand in de stad zijn waren naam genoemd had. Dit was echter een ij dele troost. Den horlogemaker was de heele zaak eenigszins verdacht voorgekomen; daarom was hij naar de politie gegaan en had alles verteld. De Commissaris hoorde hem opmerkzaam aan, stond op en nam een courant, die op zijn lessenaar lag. In die courant stond een advertentie van den opperhoutvester met verzoek om opsporing van een knaap, die er zoo en zoo uitzag en de Commissaris begreep alles.

Sluiten