Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer gezien had; het leek hem toe, dat een oude, slapende herinnering in hem opgewekt werd als een droom zijner kindsheid. Hij ging naar het huis toe, doch vond de deur gesloten en de kinderen zeiden, dat er niemand woonde.

Toen hij van de deur weer een eindje af was, keerde hij zich om in plaats van door te loopen en schreed nadenkend voort op het steenen voetpad langs de rij huizen, innerlijk bewogen door donkere droombeelden, die hij niet kon vasthouden. Hij meende dezen weg reeds vroeger gegaan te zijn en toen rechts een smal straatje zich aan zijn oog voordeed, ■dat naar een klein pleintje voerde, volgde hij dit onwillekeurig tot aan een groot, eenigszins nieuwmodisch uitziend huis, waarvoor hij plotseling bleef stil staan, maar ook slechts een oogenblik, want zijn donkere herinnering scheen hem naar dit huis te verwijzen. Hij ging ook tot groote verwondering der kinderen werkelijk door de openstaande deur binnen, steeg de trappen op en wendde zich links naar een heel licht geschilderde deur, die hij zonder bedenken openmaakte. Hij liep voort en ook daar kwam het hem weer zoo bekend voor, alsof hij vroeger al eens daar geweest was. Een onverklaarbare drang had hem hierheen gebracht en in zijn gemoed verdrongen zich zoovele droeve, bleeke beelden, dat hij geen tijd had te bedenken, wat toch wel de bewoners van het huis van den vreemden indringer zeggen zouden. Daar aan den wand vlak tegenover een ledikant hing een schilderij in olieverf, waarop drie kinderen van zes, vijf en drie jaren waren afgebeeld. Deze schilderij bekeek hij, in diep

Sluiten