Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lekkernijen te paaien of. wanneer hij weende, met slagen te dwingen. Springen, dansen, paardrijden, op het koord dansen en al dergelijke dingen moest hij vroegtijdig leeren. De strenge, harde behandeling hield hem in onoph oudelij ken angst en vrees, tot bij in latere jaren wat meer aan de zaak gewoon raakte.

Onder deze omstandigheden kwam den knaap de trouwe zorg van de vrome Anna zeer te stade. De weinige spreuken, versjes en gebedjes, die zij hem voorgezegd had, waren niet vergeten; hij legde zich nooit te bed zonder zijn stil gebed uit te spreken ; hij ontwaakte nimmer zonder het versje te bidden :

Lieve Heiland, maak mij vroom,

Dat. ik in den Hemel koom'!

In zijn zevende jaar gaf hem een der leden van den troep, die vroeger student was geweest en door slecht leven zich zeer verlaagd had, het noodige onderricht in lezen; daar Emile echter goede gaven had en met groote begeerte en ernstige vlijt alles aanpakte, was hij spoedig zoover, dat hij alle boeken kon lezen, die in zijn handen kwamen. Inderdaad waren dit meestal slechte boeken; maar Emile, die altijd een verlangen naar den Hemel had, rustte niet. vóór hij eindelijk een boek bezat, dat hem van den Hemel sprak; want hij was zoo begeerig iets meer ervan te weten. Eindelijk slaagde hij erin, in een herberg een gezangboek te vinden, waarin vele liederen stonden, die van den Hemel vertelden. Hij verzocht de waardin dringend hem dit boek te laten houden en zij voldeed aan zijn verzoek om der zeldzaam-

Sluiten