Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar ben ik nog zoo zeker niet van, ik heb wel eens gehoord van een zeker Trilneusje, dat...." maar vóór hij verder kon gaan, gaf zijn vrouwtje hem een duw en rits.... daar vlogen ze elkander achterna, duin op, duin af. Zoo'n beetje stoeien was wel pleizierig en voor de kinderen behoefden ze nu nog niet deftig te doen, die zaten veilig en wel opgeborgen in hun kinderkamer.

Tien dagen waren voorbij gegaan en vader Witstaart begon er naar te verlangen, dat de heele familie bij hem introk. Zijn huis was al lang klaar en hij had de kindertjes al dien tijd niet gezien. Je kunt begrijpen, dat hij nieuwsgierig was, hoe ze er zouden uitzien.

Sluiten