Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heb jullie geen koffertje meegebracht?"

„Boer Roesting brengt het mee op zijn karretje," riep Jan, „hij heeft vader goed gekend, tante, zijn broer en vader hebben samen gespeeld!"

Weêr zag tante even naar den twaalfjarigen knaap; toon en stem, alles herinnerde haar het vroeger zoo geliefde veel jongere broertje, wien zij het nooit had vergeven, dat hij zich later geheel aan haar invloed had onttrokken.

„Zoo, heeft Roesting zich er weêr mee bemoeid? mij dunkt jullie had met je beidjes dat koffertje wel kunnen dragen, zóó zwaar is het zeker niet." Tante sprak er niet van, dat de domineesvrouw om een karretje of zoo iets had gevraagd, tante had er eenvoudig geen notitie van genomen.

„Boer Roesting meende dat het dragen van het koffertje met het warme weêr wat vermoeiend zou zijn, „ik rijd er toch langs," zeide hij, „dus ik kan 't best meenemen," vertelde Treeske op zachten toon.

„Zoo, 't doet er niets toe, hoe hij er over dacht, hij bemoeit zich graag met de zaken van anderen. Kom nu maar meê naar je kamertje boven, en dan kun jullie aan 't hek gaan staan, en 't koffertje aannemen, als boer Roesting voorbij rijdt, dat zal niet lang meer duren."

't Was een aardig bovenkamertje met uitzicht op den moestuin, alles even netjes en helder; Treeske was er over verrukt. „Houd 't nu netjes in orde, je ziet er mankeert niets aan, en toon door je gedrag dat je op prijs stelt alles wat ik voor je doe!" — „Ik beloof u dat ik goed mijn best zal doen, tante," verzekerde Treeske met een hoogen blos op het gelaat, „ik dank u wel voor al uw moeite."

„Tante," riep Jan plotseling, „mag ik met Treeske een paar dagen bij u blijven, ik wou zoo erg graag!"

Tante keerde zich naar hem toe, een scherp woord op de lippen, zij zag weer die trouwhartige bruine oogen zoo verlangend naar haar opgeslagen, zachte herinneringen werden wakker geroepen, het scherpe woord bleef achterwege.

Sluiten