Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trilde over het geheele lichaam van hevige innerlijke verontwaardiging. Toen moest zij tante volgen naar haar kamertje, ook daar werd alles nagekeken; het kleine doosje, waarin Treeske haar spaarpenningen bewaarde, bevatte behalve een tiental postzegels, slechts tante's nieuwjaarsgulden en eenige kwartjes, meer was er niet.

„Je moet zeker weer postzegels zenden aan dien bengel

van een jongen misschien heeft hij je om geld gevraagd,

daarom heb je dan ook buiten mijn weten brieven geschreven, en mij bij anderen zwart gemaakt."

Dat was Treeske te kras: „Tante, u mag tegen mij zeggen wat u wil, maar den naam van mijn moeder en van Jan laat u er buiten, God in den hemel weet dat ik onschuldig ben," en zonder verder naar tante om te kijken, verliet zij het kamertje en ging beneden haar werk hervatten. Treeske stortte geen traan, zij deed haar dagelijksch werk met strak, doodsbleek gelaat.

„Eet jij maar in de keuken," riep tante haar toe vóór het middagmaal, „je komt niet aan mijn tafel eer het geld terecht is." Zoo,ging het ook 'savonds; „breng je mij het bankbriefje?" riep tante vóór het naar bed gaan, maar Treeske gaf geen antwoord.

Treeske sloot haar kamertje, nu was ze alleen — met droge, brandende oogen wierp zij zich voor het bed op de knieën om te bidden; daar kwam het plotseling tot een hevige uitbarsting, zij kon niet bidden, het geheele lichaam schokte in wanhopige droefheid, zij kon slechts snikkend

stamelen: „mijn God, mijn God, help mij ik weet geen

raad!" — Zoo bleef zij geknield liggen, zonder aan naar bed gaan te denken, telkens met dezelfde wanhopige bede op de lippen, en zachtjesaan kwam er een onbewust gevoel van kalmte over haar. Was het moeke's stem die haar teedere troostwoorden toefluisterde .... „Treeske, mijn dochterke, goeden moed houden.... de Heer Jezus wil uw Trooster, uw Toevlucht zijn .... altijd, altijd .... overal...." Een van moeke's lievelingsgezangen kwam haar in de gedachten :

Sluiten