Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tehuis! Gedeelten van Zondagsschoolliederen kwamen haar telkens in de gedachten, en zij herhaalde ze, terwijl zij zich voortspoedde langs den onbekenden weg: „Dierbre Heiland, o blijf bij mij.... De Heer kent al de Zijnen .... Hij redt ze uit all' ellend.... Ga mij niet voorbij, o Heiland!...."

Ruim twee uur had zij reeds geloopen, zonder eenige vermoeidheid te gevoelen, de schemering was geweken, ginds in het oosten straalde de hemel in morgenzonnegloed; de velden, de weilanden, de fijnste takjes der boomen, nog zuiver wit door de vorst, 't schitterde en glinsterde alles onder de teerè aanraking der eerste morgenzonnestralen, en in Treeske's hart werd het eenige oogenblikken stil en vredig. Getroffen door de stille pracht om haar henen, neuriede zij als vanzelf: „Daar ruischt langs de wolken een lieflijke naam, Die hemel en aarde vereenigt te zaam ...."

Plotseling schrikte zij op.... zij hoorde achter zich op een afstand het geraas van wielen.... zou tante een wagentje gezonden hebben om haar te achterhalen? de onmogelijkste gedachten kwamen bij haar op, — misschien het karretje van boer Roesting?.... neen, neen, zij zou

niet medegaan zij keerde niet terug Angstig tuurde

zij in de verte.... nu kon zij het onderscheiden, met een zucht van verlichting fluisterde zij: „gelukkig, 't is een ander, ik ken het niet!" •

Het karretje kwam naderbij, en stond stil; — „moet je naar de stad?" riep de oude boer, die er in zat: Treeske knikte van ja, al wist zij niet welke stad hij bedoelde.

„Wil je een eindje meerijden?"

„Graag!" antwoordde Treeske, zij steeg op, blijde dat zij op deze wijze gauwer een heel eindje verder zou zijn.

„Ga je op een dienst uit?" was de vraag.

„Ja, mijn ouders zijn dood, — weet u ook een goeden dienst voor me, ik kan goed werken en naaien."

„Je komt voorbij een groote boerderij, daar hebben ze

Sluiten