Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geving, schuldverzoening, en zijne woorden vielen als balsemdroppels in het arme verontruste hart; gedurende 't geheele leven had het zooveel innerlijken strijd gekend, maar ook eigenzinnig aan zoovele roepstemmen der liefde, en bovenal aan de roepstemmen der Hoogste Liefde en Ontferming geen gehoor geschonken. Heete tranen vloeiden langs het vermagerd gelaat bij het vurig gebed om vrede en troost voor het beangstigde hart, en bij het vertrek zeide de hartelijke handdruk van de zieke meer aan dei predikant dan vele woorden hadden kunnen doen. „Als tante vannacht weer onrustig mocht worden," zei de predikant tot Treeske bij het heengaan, „herhaal dan zacht en rustig het heerlijke gezangvers:

Jezus, Uw verzoenend sterven Blijft het rustpunt van mijn hart....

Dat deed Treeske zoodra in den nacht de opgewonden buien dreigden op te komen, en dan bewezen een .gefluisterd „dankje, Treeske," of wel een zachte handdruk hoezeer die woorden van troost tot het hart doordrongen.

De dokter vond den volgenden morgen de zieke wel veel kalmer, maar erg zwak; 't was alsof de krachten meer en meer afnamen, ,,'t Heeft haar geducht aangepakt," zeide hij tot Röesting, „ik heb haar zelden behandeld, maar bij die enkele gelegenheden toonde zij een sterk gestel te hebben. Deze schok heeft hart en zenuwen een hevigen stoot gegeven, ik betwijfel zeer of zij het te boven zal komen."

Treeske zat bij tante's bed met gesloten oogen, moede door de vele aandoeningen en de lange nachtwake. „Treeske," zeide de zieke met een stem zoo zwak en vreemd, dat Treeske er van opschrikte, „mij dunkt ik hoor Roesting praten met den dokter, wilt ge hem vragen nog eens bij mij te komen?"

Roesting voldeed dadelijk aan het vèrzoek, terwijl Treeske den dokter naar het hekje geleidde. Eenigszins gejaagd kwam Roesting bij Treeske in de huiskamer, „ik ga even naar huis mijn vrouw halen," zeide hij, „als we hier zijn,

Sluiten