Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Eigenlijke en oneigenlijke rechtspraak (iurisdictio eontentiosa-voluntaria).

1. Zie over deze onderscheiding Faure Proc.recht I 3e ed. p. 94—95; vgl. v. Goudoever in W. v. N. R. no. 1812 en 1813 en Red. in W. B. A. 2945 (Politie VI); de hiervóór sub I no. 7 geciteerde diss. van Parser p. 72—86 en daar aangehaalde litteratuur. Vgl. ook J. D. Meyer, Esprit etc. des institutions judiciaires ... Amst. 1823 t. 6 ch. 13 p. 206—211. Van de buitenlandsche litteratuur zie o. a. Wach, Handb. Civ.proz.r. I p. 47—64; O. Mayer, Deutsches Verwaltungsrecht I p. 8; Bluntschli, Allgem. Staatsrecht 1852 p. 482—483; Hellwig in D. Jur. Zeit. 1904 p. 836; A. Tissier, Théorie et pratique de la tierce opposition (1890) no. 55 p. 101—102. — Men identificeere niet de begrippen voluntaire jurisdiktie en beschikking op request.

58. Bij de zg. oneigenlijke rechtspraak is er, afgezien van speciale wetsbepalingen hieromtrent, geen gezag van geicyjsde. De reden hiervan zal m. i. daarin moeten gezocht dat de voluntaire jurisdiktie bestaat in administratieve funktiën den rechter opgedragen. Zie de M. v. T. op bet Ontw. herzien, boek IV B. W. ad tit. 6, ed. Belinf., bij het Reg.-Ontw. p. 116 jis p. 113 en en 123, bij het Ontw. St.-Comm. p. 201 jis p. 197 en 211. Zie verder H. Binnerts, De Exceptie van gewijsde, diss. Leiden 1867 p. 51, en de aankondiging daarvan door B. Vlielander Hein in Themis 1868 p. 664 en door P. R. Feith in de Gids van Nov. 1869 p. 343; vgl. ook Diephuis, Ned. burg. recht 3 (1874) p. 242 en Land, Verklaring B. W. III, 2 p. 439 nt, 3 over beschikkingen op request. Vgl. nog .T. D. Meyer (geciteerd hiervóór sub no. 1) p. 212. — Zie van de buitenlandsche litteratuur o. a. H. Dernburg, Lehrb. des Preuss. Privatrechts I, 5e ed. 1894 § 134 p. 290—291; Lacoste, De la chose jugée, 2e éd. 1904, no. 131—162, 169, 176—192 (p. 48—66); Huc, Commentaire théor. et prat. du C. C. t. 8 (1895) no. 304 p. 386; Tissier (geciteerd hiervóór sub no. 1) no. 56 p. 102; no. 83—92 (I) p. 142—152.

Zie hierbij sub Alg. Begins. VI no. 8, 12, 13.

Sluiten