Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. De rechterlijke competentie berust alléén op wettelijke opdracht.

1. Het beginsel dat de competentie tot rechtspraak vanwege den Staat, zoowel de eigenlijke als de oneigenlijke rechtspraak, enkel berust op wettelijke opdracht, is in 't algemeen door Adv.-Gen. Rethaan Macaré vóór H. R. 18 Nov. 1901 W. 7690, R.spi. 189 § 31, v. d. Hon. Sr. 1901 p. 470, P. v. J. 1902 no. 102, ongeveer aldus geformuleerd: De macht van den rechter is een afgeleide of opgedragen macht; hij is alleen bevoegd tot hetgeen hem bij

wettelijk voorschrift is opgedragen.

Zie hieromtrent voor de eigenlijke rechtspraak hierna no. 6, 7 en 8 en op art. 1 R. O. sub B en D.

3. De vraag kan gesteld of het sub no. 1 gestelde beginsel niet wordt over het hoofd gezien in een beslissing als die van Rb. Amst. 1 Maart 1905 W. 8226 (waarbij vgl. H. R. 9 Juni 1905 W. 8241, R.spr. 200 § 34, P. v. J. no. 484). Zie sub Alg. Begins. XIX.

3. Voor de voluntaire jurisdiktie is het sub no. 1 vermelde beginsel gehuldigd in de hier volgende beslissingen.

De bevoegdheden van den rechter zijn bij de wet geregeld en hangen niet af van zijn wil of van dien van partijen. Utiliteitsoverwegingen mogen hier niet gelden. Dus is niet vatbaai vooi inwilliging het krachtens contract van brandassurantie door partijen aan den rechter gedaan verzoek tot benoeming van deskundigen ter taxatie van de brandschade.

Zoo Hof Amst. 27 Okt. 1893 W. 6434, M. v. H. 1894 p. 20, bevestigend Rb. Amst. 5 Okt. 1893, M. v. H. 1894 p. lb. Zoo ook Rb. Amst. 25 Mei 1892 W. 6230.

Eveneens ten opzichte eener benoeming van deskundigen bij wanvracht (vgl. art. 465 jo 464 1. 2 W. v. K.) Rb. Amst. 19 Okt. 1894, M. v. H. 1895 p. 31. — Zoo ook ten opzichte der benoeming van een deskundige tot schatting van pachtwaarde ingevolge Prov. reglement op de calamiteuse polders, Rb. Zierikzee 30 Sept. 1887 W. 5466 (contra O. M.), over-

Sluiten