Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. - AJg. Begins. III, IV.

macht, zoo deze overigens incompetent is, niet kan competent worden gemaakt, overwoog Ktg. 'sGrav. 6 Maart 1854 W. 1526. Vgl. art. 1 R. O. sub G no. 8.

9. Over de vraag wien toekomt de afbakening van het terrein den rechter aangewezen zie op art. 1 R. O. sub D.

IY. De rechter als zoodanig geeft geen adviezen.

1. In dien zin uitdrukkelijk Rb. 's Hertog. 9 Juli 1891 W. 6137, G. st. 2113 en Rb. Arnhem 21 Juni 1839 W. 50. Zie ook Rb. Amst. 16 Januari 1890 P. v J. 1890 no. 42, beslissend dat de rechter niet is geroepen om verklaringen te geven, die geen effekt kunnen hebben noch om concept-akten goed te keuren of te maken, om welke laatste reden niet-ontvankelijk werd geacht een vordering tot verklaring dat gedaagde verplicht is voor een zekeren notaris te verschijnen om te passeeren de akte door eischer aangegeven of zoodanige akte als de rechter zal goedvinden.

3. Ktg. Medemblik 20 Januari 1893 W. 6513 oordeelde dat, als den rechter de noodige gegevens worden verstrekt ter beslissing of een eventueele akte van boedelscheiding al dan niet aan zijn goedkeuring was onderworpen, hij op verzoek van belanghebbenden dezen zijn gevoelen hierover kan meedeelen vóór het aanbieden eener volledige concept-scheiding, om noodelooze onkosten te vermijden.

3. Vgl. hierbij ook Rb. Breda 16 Februari 1875 W. 3852, waarbij het echter metterdaad geen advies gold, doch een declaratoir vonnis over de rechtsverhouding van partijen. Dit was insgelijks zoo in het geval van Rb. Amst. 14 Maart 1894 W. 6540, overwegend dat het den rechter niet toekomt te oordeelen over een voorgenomen doch nog niet volvoerde handeling, die op iemands recht inbreuk zou maken.

4. Ook de Duitsche jurisprudentie en litteratuur acht een „Rechtsbelehrung" niet de taak van den rechter, zie Gaupp—Stein, Die C. P. O. für das deutsche Reich 6e—7e Aufl. 1904 I p. 553

Sluiten