Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houd) rechtens niet meer worden gesproken van een vonnis van den incompetenten rechter. En voor zoover de competentie niet vaststaat krachtens een beslissing met gezag van gewijsde, is de stelling dat het vonnis wat de beslissing in de zaak zelf betreft, dat gezag toch heeft, aan bedenking onderhevig, vgl. Dalloz zelf 1.1. no. 100. Ygl. ook Bernatzik, Rechtsprechung und materielle Rechtskraft (1886) p. 68, waar hij oordeelt dat de uitspraak van den incompetenten rechter geen rechtspraak is, en dus ook geen gezag van gewijsde heeft, terwijl hij op p. 239—240 zegt dat elk Staatsorgaan casu quo moet onderzoeken of de beslissing afkomstig was van den competenten rechter, doch hieraan het voorbehoud toevoegt: tenzij de formeele kracht van gewijsde meebrengt dat incompetentie niet meer tegen de beslissing kan aangevoerd. Dit laatste nu (daargelaten of het zoo algemeen geformuleerd de voorafgaande stelling niet van haar kracht berooft), is steeds het geval waar de rechter een vaststelling heeft gegeven over eigen competentie, die niet meer met de gewone rechtsmiddelen kan aangetast, en gaat dan op. Vgl. hierbij ook het arr. Hof Arnhem van 6 Juni 1900, vermeld hiervoor sub no. 1. Zie ook lex 20 D. II, 1.

11. Het gezag van het gewijsde over de rechterlijke competentie wordt in twijfel getrokken door Förster, Theorie u. Praxis des heutigen preuss. Priv.rechts I (2e Aufl. 1869) p. 260, op grond van het publiekrechtelijk karakter der beslissing, die niet loopt over het materieele subjektieve recht. Op eenandeien grond, n.1. wegens het gemis eener stellige wetsbepaling in deze, zou naar ons recht voor hem die aanneemt dat het gezag van gewijsde enkel op speciale wetsbepaling kan berusten, gelijke twijfel kunnen rijzen, zooal niet in burgerlijke zaken (vgl. ecbtei J. B. Moltzer in Themis 1906 p.-148—150), dan toch in strafzaken en bij de thans bestaande administratieve rechtspraak. Zie intusschen voor strafzaken de sub no. 6 vermelde jurisprudentie.

Opgemerkt worde nog dat de praealabele beslissing over de competentie niet is een praejudicieele beslissing (de uitspraak op de hoofdzaak is er niet van afhankelijk, berust er niet op), vgl.

Sluiten