Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. 3646, R.spr. 105 § 9, v. d. Hon. B. R. 38 p. 449: De beantwoording van een geschilpunt tusschen partijen over de wettigheid eener polderkeur — die volgens gedaagde verbood de daden waarvan eischer op grond van zijn eigendomsrecht vorderde dat gedaagde ze zou gedoogen —, kan wel van invloed zijn op de ontvankelijkheid of gegrondheid der vordering, doch niet op de competentie.

8. c. In overeenstemming met het sub no. 6 geciteerde arr. H. R. van 1852 zijn de volgende beslissingen:

Hof Leeuw. 20 Dec. 1876 W. 4115 vernietigde Rb. Gron. 10 Dec. 1875 W. 4035, waarbij de rechterlijke macht incompetent was geacht omdat het contract, waarop de vordering steunde, door een provinciaal reglement zijn rechtskracht zou hebben verloren. Het arrest overwoog dat de vraag naar de verbindbaarheid van het bedoelde contract betrof de ontvankelijkheid en gegrondheid der vordering, niet de competentie. Insgelijks Rb. Rott. 22 Maart 1880 W. 4498, P. v. J. 1880 Bijbl. 18, R. B. 1880 D p. 51, bevestigd door Hof 'sGrav. 16 Jan. 1882 W. 4723, R. B. 1883 D p. 99: of de aan een vordering ten grondslag liggende overeenkomst bewezen is, kan alleen van invloed zijn op de gegrondheid dier vordering, niet op de competentie. Ygl. ook een vonnis Rb. 'sGrav. van 1835 of 1836, opgenomen in D. Donker Curtius' Verdere bestrijding der regtsmagt van Heemraden (1836) p. 60—64: In een vordering tot nietigverklaring van een beslag, gelegd ter executie van een titel, waarvan de wettigheid door eischer wordt betwist, kan de rechter zich niet incompetent verklaren op grond dat hij den titel wettig acht, wat alleen afwijzing van den eisch zou meebrengen.

In andere beslissingen is daarentegen het hier sub no. 6 genoemde arr. H. R. van 1852 niet gevolgd, bv. Rb. Gron. 10 Dec. 1875 zooeven geciteerd, waarbij vgl. Hof Arnhem 20 Dec. 1899 W. 7423, vermeld hierna sub no. 63. — Ygl. ook H. R. 1 April 1858 sub no. 29.

Sluiten