Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belang, dus niet de beslissing van het rechtsgeschil, — moet, als wordt ingesteld een vordering, waarbij met miskenning van dit beding ook het daarbij bedoelde feit aan 's rechters oordeel wordt onderworpen, deze zich niet incompetent verklaren, al kan het zijn dat de vordering niet ontvankelijk is, omdat er vooralsnog geen vorderingsrecht voor eischer aanwezig is. In dien zin H. R. 17 Jan. 1890 zooeven geciteerd, en implicite Rb. Middelb. 9 Okt. 1895 W. 6757. Zie ook H. R. 14 Dec. 1899 W. 7879, R.spr. 188 § 64, v. d. Hon. B. R. 65 p. 410, P. v. J. 1900 no. 8, M. v. H. 11 p. 313. — Vgl. hierbij op art. 1 R. O. sub G no. 30.

4 3. d. In gelijken geest als het sub no. 12 vermelde arrest van 1890 overwoog H. R. 18 Maart 1853 W. 1421, R.spr. 44 § 39, v. d. Hon. B. R. 16 p. 173, R. B. 1853 p. 193 dat, waar een contract het verleenen van autorisatie tot indijking afhankelijk maakt van vooraf in te stellen administratief onderzoek, de rechter niet in dit onderzoek kan treden, ondanks zijn competentie in de vordering tot het bekomen van autorisatie (hieromtrent zie nader op art. 2 R. O.), welke dan niet-ontvankelijk is, als het administratief onderzoek nog niet plaats had.

14. e. Bij het voorgaande vgl. ook H. R. 27 Jan. 1870 v. d. Hon. B. R. 34 p. 258 en het daarbij bevestigde arr. H. R. 31 Aug.

1869 W. 3140, R.spr. 92 § 39, v. d. Hon. B. R. 34 p. 1, R. B.

1870 p. 712, W. B. A. 1Ó86: Het niet volgen van den bij art. 3 der Publicatie van 24 Febr. 1806 aangewezen weg tot het bekomen van schadevergoeding, kan alleen meebrengen nietontvankelijkheid van den eischer in een vordering tot wegruiming eener door den Staat gelegde krib, niet incompetentie van den rechter.

15. f. Een toepassing van het beginsel geformuleerd hiervóór in no. 9, en gehuldigd bij het sub no. 10 geciteerde arrest van 1848 is de overweging in het arr. H. R. 4 Maart 1904 W. 8043, R.spr. 196 § 48, P. v. J. no. 329: De bewering dat uit de nietontvankelijkheid eener vordering, wegens het gezag van gewijsde eener voorafgaande beslissing in dezelfde zaak, zou volgen

Sluiten