Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het algemeen tot de competentie der rechterlijke macht, dit niet het geval is, waar zou moeten getreden in een onderzoek omtrent daden van het administratief gezag, waartoe dit krachtens wettelijke verordening bevoegd was (bedoeld schijnt: daden vallende binnen den formeelen kring der bevoegdheid van het admin. gezag). Vgl. bij dit vonnis ook Hof Dyon 20 Juli 1894 P. v. J. 1895 no. 12, en Rb. 's Hertog. 6 Nov. 1844 W. 584, R. B. 1845 p. 556, R.spr. 26 § 97.

De in dit no. geciteerde arresten van 1857 en 1875 zijn beide gewezen in strijd met de conclusies van het O. M., dat de rechterlijke macht competent, doch de vorderingen niet-ontvankelijk achtte. In dien zin ook het O. M. vóór H. R. 31 Aug. 1869, vermeld hiervóór sub no. 14; vóór H. R. 20 Dec. 1872 W. 3539 p. 2, R.spr. 102 § 36, v. d. Hon. B. R. 37 p. 536, en vóór H. R. 17 Okt. 1873, vermeld hiervjór sub no. 7. Vgl. ook Rb. Utrecht 30 Juni 1897 W. 7090. — Daarentegen in den zin van het arrest van 1857 het O. M. vóór Hof Surin. 3 Mei 1878 W. 4312 p. 4, in een geval, waarin dit Hof (W. 4283), en in appèl H. R. 6 Juni 1879, vermeld hiervóór sub no. 36, — de redeneering van het arrest van 1857 niet toepasselijk achtten.

Over meergemeld arrest van 1857 vgl. de Jonge, Adm. en Just. p. 26 en p. 81—82.

45. Zoowel de sub no. 34—36 vermelde arresten als de sub no. 44 geciteerde van 1857 en 1875 betroffen bestuursdaden. Hoewel nu de eerstbedoelde niet-ontvankelijkheid aannamen voor het geval de bestuursdaad was onttrokken aan rechterlijke beoordeeling, en de andere arresten incompetentie, — strijden zij toch niet met elkaar. Bij de eerste kategorie gold het telkens een zuiver praejudicieel geschilpunt in een eigendomsvordering (volgens de kwalifikatie der vordering door den H. R.), bij de arresten van 1857 en 1875 een geschilpunt, dat tevens onderwerp was der vordering, en daarom een van die vordering onafscheidelijke grondslag. Immers bij de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad behoort het geschilpunt over de onrechtmatigheid der aangevallen daad tot het onderwerp van

Sluiten