Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgewezen wegens beweerde onwettigheid van dien aanslag (dus niet-ontvankelijkheid van gedaagde in deze bewering), na beslissing daaromtrent van liet hiertoe aangewezen gezag.

Ten opzichte van art. 15 der wet van 1845 Stbl. 22 worde nog opgemerkt, dat uit dit artikel misschien een argument kan geput voor de stelling dat de wetgever de algemeene competentie-opdracht in art. £ R. O., dit art. opgevat in den ruimen zin die publiekrechtelijke schuldvorderingen omvat, niet wilde doen gelden in de gevallen die lid 2 van genoemd art. 15 op het oog heeft (een afwijking dan door art. 185 Grw. 1840 veroorloofd). Deze stelling vindt n.1. steun in den oorsprong van gemeld art. 1*5, dat ontleend is aan de oude Fransche wetgeving op dit punt, vgl. de Mem. v. Toel. in W. 575. Hieromtrent zie Serrigny, Organisation de la Compétence etc. en matière contentieuse administrative (1851) 1 p. 467—468 jo. p. 584-—585. Vgl. de .Jonge, Adm. en Just. p. 27 en Thorbecke in noot 2 aldaar geciteerd. Is de door Thorbecke gegeven verklaring wel waarschijnlijk? — Vgl. ook nog K. Hazelhoff, Over de Competentie der Justitie (1889) p. 52—56.

5©. B. a, In de condictio indebiti werd in de gevallen, waarvan art. 15 lid 2 der wet van 1845 spreekt, incompetentie aangenomen door de volgende beslissingen:

Betreffende de vroegere Patentbelasting: H. R. 6 Mei 1892 W. 6184, R.spr. 161 § 2, v. d. Hon. B. R. 58 p. 225, P. v. J. 1892 no. 48; Adv.-Gen. Patijn beriep zich hier op art. 28 der nu vervallen wet van 21 Mei 1819 Stbl. 34.

Betreffende de Personeele belasting, met beroep op art. 45 no. 1 der wet van 29 Maart 1833 Stbl. 4 (zie nu artt. 56—61 wet 16 April 1896 Stbl. 72): Hof N.-Holl. 22 Jan. 1846 W. 688, R.spr. 30 § 47, R. B. 1846 p. 130, waarmee instemt de Jonge, Adm. en Just. p. 29—30.

Betreffende Gemeentebelasting: H. R. 9 Juni 1893 W. 6361, R.spr. 164 § 24, v. d. Hon. B. R. 59 p. 204, P. v. J. 1893 no. 65, G. st. 2187, W. B. A. 2303, waarbij de opdracht aan de administratieve macht der beslissing omtrent de wettigheid van den

Sluiten