Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondergeschikt aan, en afhankelijk van dat op ontbinding, of staan deze twee zelfstandig naast elkaar? Dit hangt m. i. af van den grond, waarop schadevergoeding wordt gevorderd (vgl. ook no. 12 hierna). Waar het geschiedt louter wegens de gevolgen der ontbinding zelf (b.v. verhuiskosten bij ontbinding van huur), is de eisch tot schadevergoeding hier accessoir, doch anders niet. Mogelijk is ook dat de schadevergoeding wordt gevorderd ten deele als accessoir van, ten deele zelfstandig naast de ontbinding. Ygl. b.v. Rb. Amst. 6 Dec. 1905 W. 8434, welk vonnis, m. i. ten onrechte, aannam dat de schadevergoeding in casu enkel werd gevorderd als gevolg der ontbinding, uit welke opvatting de Rechtb. buitendien een geheel andere conclusie afleidde dan men zou verwachten, door n.1. virtualiter niet de schadevergoeding als accessoir te behandelen, maar de ontbinding. Dit laatste schijnt zijn verklaring te moeten vinden in de jurisprudentie van den H. R. omtrent de competentie van den kantonrechter in ontbindingsvorderingen, waarvoor zie nader vóór en op art. 38 R. O.

9. I. a. Het recht op schadevergoeding is vanzelf ondergeschikt aan, en afhankelijk van dat tot nakoming. Accessoir is dan ook de vordering tot schadevergoeding gevoegd bij een eisch tot nakoming, en gegrond op niet-nakoming. Zij steunt op het recht, dat het onmiddellijk onderwerp is van laatstbedoelden eisch, is aan dezen ondergeschikt en er van afhankelijk.

1©. b. Hetzelfde geldt van de vordering tot schadevergoeding bij een eisch tot ontruiming (met of zonder gevraagde amotie), waar de schadevergoeding wordt verlangd wegens inbreuk op het recht, waarop de eisch tot ontruiming of amotie steunt. Zie Hof Amst. 28 Dec. 1883 W. 5011. — Ygl. hierna no. 17.

11. c. Ook geldt hetzelfde als hiervóór in no. 9 is gezegd voor den eisch tot schadevergoeding bij een vordering tot opheffing van een gelegd conservatoir beslag. Ygl. Hof 'sGrav. 20 Jan. 1902 W. 7778, P. v. J. no. 156 (zie dit arrest mede hierna in nos. 34 en 45 sub a), en Rb. Rott. 10 Jan. 1880 W. 4477, P. v. J. 1880 Bijbl. 6, R. B. 1880 A p. 304.

Omtrent de reconventioneele vordering tot opheffing van een

Sluiten