Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslag worde bier opgemerkt, dat deze eisch zelf niet is accessoir, noch van dien tot van-waard everklaring, noch van de hoofdvordering, waarvoor beslag is gelegd. Hij is dit zelfs dan niet, als de opheffing (en hetzelfde geldt als geeischt wordt vanonwaardeverklaring) wordt gevraagd op gronden, waarmee tevens de hoofdvordering wordt bestreden. Eischer is hier niet dezelfde partij, die ook de hoofdvordering instelde, en het betreft hier ook niet een gevolg van het proces als zoodanig, gelijk bij de vordering tot betaling van de proceskosten: al is de eisch tot opheffing een gevolg van het gelegd beslag, hij ontstaat niet, zooals de kost/en-vordering, ten gevolge van het instellen, hetzij van die tot van-waardeverklaring, hetzij van de hoofdvordering, wat, nu de partijrollen zijn verwisseld, noodig zijn zou om hier een accessoiren eisch aan te nemen, zie hierna no. 21 jo. no. 19. — Vgl. ook no. 49.

Dat, waar naast een eisch tot voldoening aan het recht, waarvoor beslag is gelegd, de van-waardeverklaring van dit beslag is gevorderd, deze laatste eisch accessoir is aan den eersten, zal wel niet veel tegenspraak ontmoeten. Toch vindt men, voor een speciaal geval, een andere opvatting bij Rb. Haarlem 15 Okt. 1839 R.spr. 2 § 66; zie hierna in no. 48 sub b — c.

158. d. In het algemeen is de vordering tot schadevergoeding wegens inbreuk op eenig recht van eischer, vastgeknoopt aan een vordering, die dit recht zelf tot onderwerp heeft, een accessoir van deze. Zie b.v. H. R. 21 Dec. 1900 W. 7537, enz., vermeld sub Alg. Begins. IX no. 31.

De vraag of een vordering tot schadevergoeding in het gegeven geval als ondergeschikt aan een andere, dan wel als zelfstandige eisch is ingesteld, moet beantwoord naar de inkleeding der dagvaarding, en de beslissing hieromtrent is daarom feitelijk, zie in dien zin H. R. 25 Maart 1887 W. 5433, R.spr. 145 § 54, v. d. Hon. B. R.. 53 p. 164, nader te vermelden op art. 99 R. O.

13 e. Het accessoir karakter van de in den aanhef van het vorig no. 12 aangeduide vordering wordt door de jurisprudentie in het bizonder uitgesproken, waar het geldt een inbreuk op een

Sluiten