Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de schuldenaar niet in Nederland woont (vlg. no. 47 j°. no. 46) ? Het Formulierboek stelt echter in het algemeen dat art. 738 lid 1 Rv. niet exklusief zou zijn, dat het beslag de hoofdzaak volgt en dat, dus de algemeene competentieregelen kunnen toegepast, wat in dit verband wel zal moeten beteekenen: concurreerend met art. 738 lid 1 (vgl. b.v. art. 126 lid 7 Rv.). Dat deze, m. i. moeielijk te verdedigen stelling, — ten deele ook voorgestaan door W. v. Rossem Bzn., Het Ned. Wetb. v. B. R. V. 1896 — 1907 p. 756, no. 2 op art. 738—zou zijn de opvatting deijóngste jurisprudentie, schijnt een misverstand: men lette ook op de strekking der arresten in no. 43 sub a, hierna geciteerd. Wel moet erkend dat uit een beslissing als die van Hof 's Hertog. 22 Juni 1897, vermeld hierna sub no. 47, is af te leiden wat het Formulierboek aangeeft, ten minste als men de motiveering van dit arrest doorvoert tot haar consequenties, maar er is reden om te betwijfelen of deze laatste het Hof wel duidelijk voor den geest stonden: consequente toepassing toch van de spreuk accessio sequitur principale, zet de competentie-aanwijzing in art 738 geheel ter zijde.

41. B. Bij de beantwoording der vraag, welke Rechtbank krachtens art. 763 Rv. competent is, gaan van het in 't vorige no. 40 genoemde adagium uit: Rb. Haarlem 24 Jan. 1865 W. 2689 en N. F. v. N. in Opm. en Mededeel. 7 p. 203—210. Vgl. ook W. v. Rossem, geciteerd hiervóór in 110. 40, p. 781 sub no. 2 op art. 763. Als principale geldt dan de hoofd-rec/itevordering. Men kan echter ook zonder het bewuste dogma, tot gelijke gevolgtrekking komen als de hier genoemden, door overweging dat het beslag als formeel rechtsmiddel tot bewaring van een bepaald recht, den aard van dit laatste recht moet deelen, zoodat, als dit persoonlijk is, hetzelfde geldt van de vordering tot van-waardeverklaring, en art. 126 lid 1 Rv. toepasselijk is. (Vgl. hierna no. 43 sub c). Zoo ook v. N. zelf 1.1. p. 205, en Rb. Heerenveen 8 Dec. 1899 W. 7424. Zie ook Faure, Proc.recht I, 3e ed. p. 419. — Anders Hof Zeeland 22 of 28 Juni 1842 R. B. 1843 p. 246, 1847 p. 13 (vgl. hierna no. 44 sub «); Oudeman, B. R. V.

Sluiten