Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

servatoir derden-beslag, als de debiteur niet in Nederland tcoont, voor den eisch tot van-waardeverklaring de incompetentie aangenomen van den Nederlandschen rechter, waar deze — doordat geen der bepalingen die de rechtsmacht distribueeren, kan worden toegepast — incompetent is voor de hooƒdvordering. Op dit laatste wordt hierbij vaak de nadruk gelegd, al dan niet met uitdrukkelijk beroep op de spreuk accessio sequitur principale. Zie deze jurisprudentie in het hier volgend no. 47. Vgl. in anderen zin de beslissingen, vermeld hiervóór in 110. 45 sub b, waarbij art. 767 direkt of bij analogie toepasselijk werd geacht.

Ook zonder het zooeven aangehaalde adagium kan men in het hier bedoelde geval tot hetzelfde resultaat komen als de jurisprudentie in den regel doet, bij overweging dat, voorzoover de competentie van den Nederlandschen rechter noch uit art. 738 of 757 B, noch uit art. 767 Rv. kan worden afgeleid, de gewone bepalingen voor de competentie gelden. Vgl. ook 110.48 sub c hierna.

4 7. b. De jurisprudentie, waarop in het voorafgaande no. 46 wordt gedoeld, is vervat in de volgende beslissingen (voor deze en die in nos. 40—45 hiervóór, zie mede op art. 9 wet Alg. Bep.): Hof 's Hertog. 22 Juni 1897 W. 7018, AV. v- N. R. 1461, welk arrest overwoog dat het conservatoir beslag is een accessoir van de hoofdzaak, en dat dit accessoir niet de competentie kan regelen, maar zelf afhankelijk is van de competentie des rechters voor de hoofdvordering; — hieromtrent vgl. 110. 43 sub c hiervóór. Verder Hof 's Hertog. 25 Nov. 1884 W. 5211, R. B. en B. IV A p. 91 (contra O. M.) bevestigend Rb. Breda 25 Sept. 1883 AV. 4952; Hof Geld. 2 Mei 1860, Hertzveld, Onuitg. burg. regtspr. Hof Geld. p. 91—92; Rb. Utrecht 5 Nov. 1890 W. 5950, P. v. J. 1890 no. 98; Rb. Middelb. 18 Nov. 1885 AV. 5315; Rb. Maastr., vonnissen van 17 Febr. 1881 AV. 4656, en van 2 Maart 187.1 W. 3312, W. v. N. R. 65; Rb. Rott. 10 Jan. 1880 AV. 4477, P. v. J. 1880Bijbl. 6; R. B. 1880 A p. 304; Rb. Amst., vonnissen van 25 Maart 1880 AV. 4569, P. v. J. 1880 Bijbl. 23, R. B. 1880 A p. 309, van 12 Dec. 1872 P. v. J. 1872 110. 50, van 21 Febr. 1866 AV. 2791, R. B. 1866 p. 677, van 26 April 1866 AV. 2822, R, B. 1866 p. 796, M. v. H. 8 p. 112, van

Sluiten