Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid is niet gewijzigd. Het gevolg is dat de verandering, die art. 738 lid 2 onderging, niet beantwoordt aan haar doel, doordat de wetgever de zaak niet voldoende heeft doordacht. M. i. moet dan ook in het besproken geval ook nu nog art. 126 Rv. als de lex generalis worden toegepast waar dit mogelijk is, als wanneer de Nederlandsche rechter vanzelf ook competent zal zijn voor de hoofdvordering op denzelfden grond als voor den eisch tot van-waardeverklaring. Zie in dien zin voor art. 738 oud: Hof 's Hertog. 12 Juli 1880 W. 4580, R. B. 1881 p. 209 en R. B. en B. IV A p. 90, op dit punt in motiveering afwijkend van het hierboven in dit no. 48 geciteerde vonnis a quo, Rb. Maastr. 27 Nov. 1879, waarbij de competentie voor de hoofdvordering wegens verknochtheid werd afgeleid uit die voor den eisch tot van-waardeverklaring, wat hier tot hetzelfde resultaat voert. — Vgl. ook de conclusie van het O. M. vóór Hof's Hertog. 4 Maart 1884 in W. 5143, p. 3. — De in art. 126 Rv. aangewezen Rechtb. is m. i. zelfs dan competent, zoo men thans zou moeten aannemen dat art. 738 verlangt het vragen der van-waardeverklaring aan den buitenlandschen rechter. Aan dat vereischte is dan voldaan door voor dien rechter te dagvaarden, maar eischer kan niet verhinderen dat de bedoelde rechter zich incompetent verklaart, terwijl in het tegengestelde geval zijn vonnis in Nederland toch in den regel niet uitvoerbaar is, en ook het gezag van gewijsde er van op zijn minst zeer twijfelachtig, al zal art. 431 lid 2 Rv. feitelijk niet kunnen worden toegepast. Vgl. H. R. 31 Jan. 1902 W. 7717, R.spr. 190 § 15, P. v. J. no. 123. De wijziging, die art. 738 lid 2 onderging, zal men kwalijk voldoende kunnen achten om aan het buitenlandsche vonnis voor dit geval gezag in Nederland toe te kennen. — Wegens het hierboven gezegde moet men, kan art. 126 Rv. worden toegepast, wel komen bij den door dat artikel aangewezen Nederlandschen rechter, zoowel met de hoofdvordering als met den eisch tot van-waardeverklaring. Deze rechter zal dan, zoo hij (m. i. ten onrechte) meent dat aan art. 738 niet is voldaan, waar niet ook is gedagvaard voor den buitenlandschen rechter der woonplaats van den

Sluiten