Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook voor de beslissingen die hier wèl, en die hier geen executie aanwezig achten, is te vergelijken Léon—v. Rossem no. 1 op art. 612 Rv., alsmede v. d.' Does de Willebois, 4e ed. van v. d. Kemp's Ontwikkeling .... Kantongerechten, p. 487 y. o.

3. b. Voor de competentie volgt hier uit artt. 612 vlgg. Rv. (speciaal art. 614) dat de rechter der vroegere procedure ook competent is voor de vereffening. Zie de jurisprudentie, bedoeld sub no. 1 hiervóór. — Uit art. 125 i. f. Rv. wordt veelal afgeleid dat hetzelfde geldt voor de Kantongerechten, hetzij dat artikel in dit opzicht wordt beschouwd als een uitzondering op art. 435 Rv. — zoo Ktg. II Rott. 28 Mei 1886 W. 5410, — hetzij wordt geoordeeld dat art. 435 hier in het geheel niet toepasselijk is, daar er geen geschil is over de tenuitvoerlegging van het vroegere vonnis in den zin van gemeld artikel (vgl. no. 1 hiervóór en het slot van dit no. 3) — zoo Rb. Amst. 24 Mei 1861 W. 2295, M. v. H. 3 p. 185; Ktg. Tiel 7 Febr. 1859 W. 2248; Ktg. Boxmeer 22 Jan. 1857 W. 1865. — Rb. Alkmaar 1 Maart 1894 W. 6531, P. v- J. 1894 no. 35 zag in art. 125 een uitzondering op art. 435 Rv., doch achtte zulk een geschil als hier bedoeld alleen dan ter competentie van den Kantonrechter, als de schadevergoeding, waartoe deze veroordeelde, niet meer beloopt dan f 200, — dus niet als zij is van onbepaalde waarde. Zie tegen dit vonnis de opmerking van v. d. Does de Willebois, geciteerd hiervóór sub no. 2 a. h. e., p. 488. - Vgl. over art. 125 jis. artt. 612 vlgg. Rv. het 1.1. genoemde werk, 4e. ed. p. 487—489, 3e ed. (Greeve) p. 358; de Pinto, B. R. V. 2e ed. II, 1 p. 213 sub no. 10 jo. II, 2 p. 735—736; v. d. Honert in R. Bijbl. 1839 p. 330—333; Oüdeman, geciteerd hiervóór sub no. 2, en W. v. Rossem Bzn., Het Ned. Wetb. v. B. R. V. (1896—1907) p. 187 no. 1 a. h. e op art. 125, en p. 643—644 no. 2 op art. 612.

Naar aanleiding van het voorafgaande deze opmerking: art. 125 Rv. onderstelt dat art. 435 hier niet toepasselijk is. Of het nu een uitzondering is op laatstgemeld artikel, hangt af van de vraag of „tenuitvoerlegging" aldaar moet worden opgevat in den ruimen of in den engeren zin van dit woord, vgl. hiervóór no. 1. Voor

Sluiten