Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meebrengen verknochtheid zijner vordering aan het geding waarin hij wil intervenieeren, in welk geval, werd de interventie niet toegelaten wegens relatieve incompetentie, hetzelfde doel met meer omslag toch zou worden bereikt, als de belanghebbende een zelfstandige aktie instelde, en dan verwijzing vroeg ingevolge art. 158 lid 2 Rv. Echter is het twijfelachtig of deze redeneering de iure constituto opgaat, vgl. Alg. Begins. XI nos. 36 sub e en 54. Zij kon moeielijk gelden vóór de wet van 7 Juli 1896 Stbl. 103, daar toen, volgens de opvatting der meesten althans, eischer geen verwijzing kon vorderen. In elk geval kan het bedoelde argument niet dienst doen ten opzichte der absolute competentie, wegens de jurisprudentie die daarvoor art. 158 Rv. niet geschreven acht, vgl. Alg. Begins. XI sub no. 54.

88. b. Yoor de vordering in vrijwaring is het twijfelachtig of art. 74 Rv. ook op de absolute competentie ziet. Bevestigend Ktg. II Rott. 11 Jan. 1895 W. 6623 en 6637, P. v. J. 1895 no. 27. Implicite ook (blijkens de overweging: „buitendien") Ktg. Tiel 7 Febr. 1859 W. 2248. Insgelijks de Pinto, B. R. V. 2e ed. II, 1 p. 103. Anders Faure, Proc.recht III, 3e ed. p. 80—82, en in R. Mag. 13 (1894) p. 293—296; ook W. v. Rossem Bzn., geciteerd hiervóór sub no. 4, p. 126, no. 2 op art. 74 Rv. — De arresten van den H. R. van 27 Jan. 1870 W. 3182, R.spr. 94 § 12, v. d. Hon. B. R. 34 p. 220, M. v. H. 12 p. 22, en van 27 Jan. 1871 W. 3294, v. d. Hon. B. R. 35 p. 361, M. v. H. 13 p. 42 (in revisie het arrest van 1870 bevestigend) doen wel art. 74 Rv. primeeren boven het — sedert ingetrokken — art. 87 R. O., doch dit laatste artikel werd door den H. R. beschouwd als betrekking hebbende op de competentie ratione personae.

/ Bij het hier voorafgaande vgl. de Paepe, geciteerd hiervóór sub no. 5 i. f., II (1892) p. 60—61. —/Dat art. 74 Rv. niet toepasselijk is, waar de eisch in vrijwaring krachtens compromis bij scheidslieden behoort, besliste Hof Geld. 6 Mei 1868 of 1869 W. 3044, R. B. 1870 p. 470, M. v. H. 10 p. 140. In gelijken zin Oudeman, B. R. V. 4e ed. 1 p. 101.

Léon : Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1. 10

(Mr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten