Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen daad, wordt verschillend beoordeeld. Door H. Vos hierboven geciteerd, p. 218 ja. p. 215 = W. B. A. 2751 jo. 2749, wordt die laatste beslissing louter praejudicieel geacht. Zoo ook in Hirth's Annalen des deutschen Reichs 1885 nt. 3 op p. 456—457 (Lippmann). Anders echter aldaar p. 232 met nt. 1 (M. Seydel); Wach, Handb. Civ. Proz.recht I p. 98, en J. R. H. v. Schaik, De Overheid tegenover de artt. 1401 en vlgg. B. W., diss. Utr, 1905 p. 320—321. Waarom de laatste zienswijs m. i. de juiste is blijkt uit het hierboven gezegde.

b. Bij het voorgaande vgl. ook Alg. Begins. IX nos. 44 - 46 voor de vraag of, waar ten opzichte van het geschilpunt, dat niet is louter praejudicieel, doch integreerend deel der vordering, zoo dit geschilpunt zelfstandig zou moeten beslist, de rechter incompetent zou zijn, — nu ook incompetentie voor de geheele vordering moet worden aangenomen. Hieromtrent zie ook Alg. Begins. IX nos. 53 en 55, en XV no. 25 sub c. Vgl. ook op art. 2 R. 0. sub D no. 3. — Uit het op de aangehaalde plaatsen aangeteekende blijkt het belang der hier gemaakte onderscheiding tusschen zuiver praejudicieele geschilpunten en die mede onderwerp 2ijn van het geding voor de leer der competentie. Zij verklaart grootendeels het uiteenloopen der gevoelens omtrent de competentie in zulke geschillen, waarbij de rechtsbetrekking die het onmiddellijk onderwerp is der vordering privaatrechtelijk is, doch de omstandigheid, die haar in 't leven roept, is een publiekrechtelijke rechtsbetrekking; b.v. de ontkende publiekrechtelijke schuld als grond der niettemin privaatrechtelijke condictio indebiti. (Deze voorstelling der zaak is intusschen lang niet onbetwist, zie nader op art. 2 R. O.).

De boven aangegeven onderscheiding is mede van belang voor de leer van het gezag van 't gewijsde, voorzoover n.1. niet moet worden aangenomen dat dit gezag zich uitstrekt tot elke praejudicieele beslissing, in welk laatste geval deze per se mede is onderwerp van het vonnis, en daardoor vanzelf ook wel moet zijn onderwerp van het geschil (dat dan echter niet hetzelfde is als de vordering; vgl. intusschen op art. 2 R. O, sub C § 1 over

Sluiten