Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldleening, ook van een eisch enkel gericht op rentebetaling, insluit de erkenning eener verplichting uit deze konkreete geldleening, waarmee dus tevens bindend is beslist dat de kapitaalschuld is ontstaan (daargelaten of ze nog bestaat). Zoo ook brengt toewijzing van een eisch tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad mee dat bindend wordt ontkend het recht van gedaagde tot de aangevallen handeling, gelijk ook toewijzing eener condictio indebiti insluit de bindende beslissing dat er een indebitum was. De partij, die na zulk een vonnis de onverschuldigdheid der betaling, of de onrechtmatigheid der daad, zou willen ontkennen, komt onvermijdelijk in tegenspraak met het gezag van gewijsde, aan het vonnis toekomend, — en hetzelfde is het geval, waar zij, na toewijzing eener vordering uit geldleening, het feit ontkent dat deze konkreete overeenkomst is aangegaan.

e. Het hierboven sub d gezegde neemt natuurlijk niet weg dat de wetgever een regeling kan maken, waarbij het gezag van gewijsde zich ook uitstrekt tot louter praejudicieele beslissingen, hetzij dan tot alle, hetzij tot een bepaald aangewezen kategorie. Zoo wil het hierboven sub c reeds vermelde art. 1958 B. W. naar het aanhangig Reg.-Ontw., gezag van gewijsde toekennen aan de beslissingen omtrent in het geding gestelde feiten en daaruit af te leiden rechtsgevolgen, waarop de uitspraak bij het vonnis gegeven, berust. Het mogelijk onderwerp van het vonnis wordt dan niet meer aangewezen door de dagvaarding alléén, doch door al wat beide partijen tegen elkaar aanvoeren. Dat het hierbij onverschillig is of de wet, gelijk nu art. 1954 lid 1 B. W., de benaming „onderwerp van het vonnis" bezigt, spreekt m. i. vanzelf; tot den aard der zaak toch kan dit niet afdoen. Trouwens spreekt art. 1957 naar het Ontwerp van een rechtsgeschil, dat onderwerp is der rechterlijke beslissing.

Is een dergelijke bepaling als het voorgestelde art. 1958 wenschelijk? In de Mem. v. Toel. wordt dit volstrekt niet aangetoond, en de ratio van het gezag van gewijsde — de zekerheid der rechtsbetrekkingen die onderwerp waren van 's rechters

Sluiten