Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dissertatie, p. 79, als zou ook nu ons tegenwoordig art. 134 Rv. niet in den weg staan aan een incidenteelen eisch tot vaststelling eener praejudicieele rechtsbetrekking, omdat deze eisch niets verandert aan het onderwerp der dagvaarding zelf (terwijl „vermeerderen" in art. 134 z. i. enkel ziet op het petitum in geld), — van zeer twijfelachtige juistheid. Op die wijs zou eischer bij incidenteele conclusie ook uitspraak kunnen vragen over elke willekeurige rechtsbetrekking tusschen de procespartijen, die met de dagvaarding niets te maken heeft, mits het onderwerp der laatste maar behouden blijft. — Overigens verdient, ook in dit verband, doch mede om andere redenen, vervanging van ons art. 134 door een bepaling als die van § 264 nieuw C. P. O. zeker overweging. Ygl. over de ratio der laatst aangehaalde bepaling Gaupp—Stein, Die C. P. O. für das deutsche Reicb, 6e—7e Aufl. (1904), I p. 580 sub I, — en over de wenschelijkheid ons art. 134 in dien geest te wijzigen A. C. Visser v. IJzendoorn in Themis 1906 p. 184. Ygl. ook J. P. A. N. Caroli in W. 8384 p. 2—3, alsmede de door genoemde schrijvers geciteerden. *

8. f. In het voorafgaande no. 7 is, de iure constituto, voor de vraag, of aan praejudicieele beslissingen gezag van gewijsde toekomt, geen onderscheid gemaakt naarmate bet praejudicieele geschilpunt als onderwerp van een zelfstandig geding, al dan niet zou staan ter competentie van den rechter, voor wien het nu praejudicieel is. Anders op dit punt Bernatzik, zie hieronder sub h. Het komt mij voor dat, voorzoover aan de praejudicieele beslissingen gezag van gewijsde toekomt, dit het geval zal moeten zijn, onafhankelijk van de zooeven aangeduide onderscheiding. Immers zou b.v. de uitspraak, waarbij een condictio indebiti is toegewezen, niet minder aangetast worden door latere ontkenning van het indebitum wanneer voor dit laatste punt een ander rechter competent is, als waar het reeds op zich zelf behoort bij den rechter der terugvordering. Zoo ook zou na toewijzing dooiden Kantonrechter van een eisch tot betaling van verzekeringspremie, hiermee in strijd zijn een latere "bewering dat het ver-

Sluiten