Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kantonrechter wèl den door gedaagde beweerden eigendom had te onderzoeken, doch geen eigendomsverklaring te geven, als niet gevraagd (vgl. hiervóór no. 7 het sub d gezegde), en. dat dus de vordering persoonlijk was, en niet zakelijk werd door gedaagdes bewering van eigendom. Dit laatste overwoog ook het hier geciteerde arrest H. R. van 1855. — In gelijken geest Rb. Assen 23 Nov. 1874 W. 3893, van oordeel dat een tegengestelde opvatting verwart tusschen dictum en motiveering van het vonnis. Met deze beslissing stemt in G. W. Mollerus in N. Bijdi. 1881 p. 271. — Vgl. hierbij ook de motiveering van het naar aanleiding van art. 54 R. O. gewezen arrest van Hof N.-Brab. 4 Juni 1839, geciteerd sub Alg. Begins. XIII nos. 15 en 33.

Zie de verwijzing aan het slot van het volgend no. 23.

33. b. Naar aanleiding van art. 88 R. 0. overwogen H. R. 24 Febr. 1871 W. 3304, v. d. Hon. B. R. 35 p. 504, en H. R. 30 Sept. 1864 W. 2651, R.spr. 77 § 55, v. d. Hon. B. R. 29 p. 29 dat de bevoegdheid van den Kantonrechter, behoudens wettelijke uitzondering (art. 38 no. 2 R. O.), afhangt van de \ oideiing bij dagvaarding ingesteld, niet van de middelen waarmee die vordering wordt bestreden. In 1871 betrof het bedoelde middel den omvang van. eischers tiendrecht; de vordering zelf was die tot schadevergoeding.

Insgelijks is beslist dat praejudicieele geschilpunten geen invloed hebben op de competentie van den Kantonrechter naar art. 38 no. 1 R. O., door Rb. Amst., vonnissen van 6 Febr. 1883 P. v. J. 1883 Bijbl. 24; van 6 of 26 Febr. 1851 W. 1238, R. B. 1851 p. 432, en van 18 Febr. 1851 W. 1224. Dit laatste vonnis implicite; hierbij gold het niet een door gedaagde opgeworpen, doch een voor eischers vordering louter praejudicieel geschilpunt. "V gl. ook het implicite in gelijken geest gewezen vonnis van Ktg. Enschedé d.d. 28 Febr. 1895 W. 6645, P. v. J. 1895 no. 83, waarbij echter het praejudicieel karakter van het geschilpunt op zijn minst twijfelachtig was. — Het geciteerde vonnis Rb. Amst. van 1883 overwoog dat noch een zakelijk recht als grondslag

Lkon : Rechtspraak, 3e Drak, Deel II, afl. 1,

(Mr. L. tan Praag, Recht. Org.)

Sluiten