Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15 Jan. 1902 W. 7725 (concl. O. M. in W. 7747), de bestreden hoedanigheid van het bestuur eener privaatrechtelijke stichting slechts ten overvloede onderzoekend, na vooropstelling dat die hoedanigheid moest vaststaan voor den rechter, waar ze berustte op een formeel wettig besluit van den Gemeenteraad. In dien laatsten zin ook Hof Arnhem 13 Dec. 1905 W. 8360. Zie hieromtrent nader sub Alg. Begins. XYI en sub § 3 hierna. Vgl. ook Alg. Begins. XIV no. 10, en IX no. 38.

j. Bij het bovenstaande vgl. nog Rb. 's Hertog. 20 Sept. 1848 W. 959 voor de hoedanigheid als polderbestuur. Bij dit vonnis gold het echter geen incidenteel geschilpunt over die hoedanigheid ; doch was de betwisting er van, onmiddellijk onderwerp der vordering. Zoo óók bij Rb. 's Hertog. 13 Sept. 1848 W. 957, welk vonnis een ander standpunt innam dan het zooeven vermelde van 20 Sept. 1848. Zie deze vonnissen mede op art. 2 R. O. — Ygl. ook Gierke, Genossenschaftstheorie (1887) p. 186 v. o.—187 v. b.

k. Wat de disqualiflcatoire exceptie als incidenteel geschilpunt betreft, — daargelaten de vraag naar de gebondenheid des rechters hierbij aan de uitspraken van anderen (waaromtrent zie sub § 3 hierna, vgl. ook sub Alg. Begins. XVII) — schijnt er, zoo zijn beslissing op dit punt geen gezag van gewijsde heeft (vgl. Alg. Begins. XIY no. 7 sub cl en no. 4 sub ƒ hiervóór), moeielijk een goede reden aan te geven, waarom voor die exceptie op den regel van nos. 1 —3 hiervóór een uitzondering zou moeten worden aangenomen, zoo deze niet op de wet berust. Of dit laatste het geval is, zal telkens zorgvuldig moeten worden nagegaan.

Opgemerkt worde nog dat een beslissing met gezag van gewijsde over het hier behandelde incidenteele geschilpunt zal volgen uit art. 1958 B. W. naar het thans aanhangig Ontw.wijziging boek IV B. W., n.1. ingeval de einduitspraak op de bedoelde beslissing berust. Zie no. 25 sub b hierna over de praktische gevolgen daarvan, voor het geval een ander gezag rechtsgeldig en bij uitsluiting is aangewezen om over de hoedanigheid uitspraak te doen (b.v. beslissing over de geloofsbrieven van een waterschapsbestuur). — Ygl. verder het in no. 24

Sluiten