Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot prijsverklaring van een schip, dat zou getracht hebben de blokkade van Atjeh te verbreken. Dit vonnis onderzocht de geldigheid der blokkade wèl, en daartoe ook — aan de hand der Verklaring van Parijs van 16 April 1856 — het effektieve er van. Uitdrukkelijk werd verworpen de bewering van het O. M. dat het laatste punt was een kwestie tusschen twee Staten, die niet stond ter beoordeeling van den rechter. De Raad van Justitie overwoog dat de vordering slechts kon worden toegewezen als de blokkade geldig was, en dat dit afhing van het effektieve dier blokkade.

Over de vereischten eener blokkade vgl., behalve het hier vermelde vonnis van den Raad van Justitie, nog D. L. v. Bylandt, Het Blokkaderech t, diss. Leiden 1880 p. 100—104; v. Bulmerincq in Marquardsen's Handb. des öffentlichen Rechts I, ii, 2, p. 369— 371; E. Nijs, geciteerd sub no. 15 hiervóór III (1906) p. 224—245; L. Oppenheim, geciteerd hiervóór t. a. p., II (1906) §§ 368—390 (p. 398—419)^, waarvan §§ 379—382 (p. 406—411) speciaal over het effektieve der blokkade; waarover ook v. Liszt mede hiervóór t. a. p. geciteerd, p. 321; verder de schrijvers, door de genoemden aangehaald.

18. D. a. In de procedure, in eersten aanleg beslist door Rb. Haarlem 16 Febr. 1897 W. 7091, welk vonnis werd bevestigd door Hof Amst. 18 Febr. 1898 W. 1.1., is bij het beroep in cassatie — verworpen door H. R. 8 Dec. 1898 W. 7215, R.spr. 180 § 42, v. d. Hon. B. R. 64 p. 439, P. v. J. 1899 no. 1 — de vraag geopperd, of bij reglement of statuten (hier eener coöperatieve vereeniging) een voor de rechterlijke macht praejudicieel geschilpunt aan haar oordeel kan worden onttrokken. — Hieromtrent zie no. 24 jo. no. 23 hierna. —• De II. R. besliste dat op grond van art. 15 der wet van 17 Nov. 1876 Stbl. 227, de geldigheid moest worden aangenomen van de statutaire bepaling hier in kwestie, zooals die door het Hof was uitgelegd. Het geciteerde arrest van den H. R. is voor verschillende opvatting vatbaar. Er zou, beschouwt men het op zich zelf, in kunnen worden gelezen dat de H. R. geoorloofd achtte bij statuten eener

Sluiten