Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beelden 1.1. p. 219 v. b. met de noot aldaar, vgl. het in no. 8 sub c i. f. hiervóór gezegde over de Jonge's voorbeeld der toekenning van pensioen). — Het kriterium wordt door deze schrijvers gezocht in de omstandigheid of de praejudicieele beslissing al dan niet praktisch (de Jonge en Mayer: onmiddellijk) inwerkt op staatsrechtelijk gebied. — Bevredigend is deze formuleering m. i. niet. Er is tegen aan te voeren: lo. dat laatstbedoelde uitdrukking (om 't even: „praktisch" of „onmiddellijk") hier de petitio principii insluit, als zou de burgerlijke rechter nooit beslissingen mogen geven, die direkt inwerken op staatsrechtelijk gebied. Dan — 2<>. — dat, voorzoover praejudicieele beslissingen niet bindend worden geacht, van onmiddellijke inwerking op een ander gebied dan waarvoor de rechter der hoofdzaak competent is, in het geheel niet —, en van zoodanige praktische inwerking, slechts kan worden gesproken in den ruimen zin die ook de moreele autoriteit van 's rechters oordeelvelling omvat; terwijl het toch kwalijk aangaat aan dit enkel moreel gezag te willen ontkomen. Verder zal 3o., waar een louter praejudicieele beslissing den rechter onttrokken moet worden geacht, de reden daarvan niet zijn te zoeken in die niet bindende oordeelvelling op zich zelf, doch hierin — dat de daarop steunende eindbeslissing, althans haar praktische gevolgen, in botsing kunnen komen met de consequenties eener beslissing van dengene, die competent is voor het praejudicieele geschilpunt als onderwerp van een afzonderlijk geding. Zoo zou toewijzing eener condictio indebiti van belastingschuld, enkel steunend op bezwaren tegen den aanslag, in haar praktisch resultaat in strijd komen met de consequenties te trekken uit de afwijzing dier bezwaren door het daarvoor competente administratief gezag, in het geval dat van te niet gaan der schuld geen sprake is.

Omtrent de hier besproken vraag, wanneer een praejudicieel geschilpunt is onttrokken aan den rechter, zie ook v. Sarwey, geciteerd in no. 4- sub e hiervóór, p. 656—661 jis. p. 320—321; waarbij vgl. het over v. Sarwey's terminologie opgemerkte sub Alg. Begins. XIV no. 2. — Zijn uiteenzetting geeft, naar het

Sluiten