Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publiekrechtelijke praejudicieele geschilpunten, als niet vallende onder art. 6 Sv., door den strafrechter steeds zelfstandig worden beslist, waar de hierboven sub a bedoelde reserve niet toepasselijk is; vgl. Léon—Hulshoff no. 1 en Léon—Teixeira nos. 15, 19, 31, 44 op art. 6 Sv. — Anders hieromtrent de Bosch Kemper, Wetb. v. Strafvord. I (1838) p. 69, waarbij vgl. p. 67. Zie ook de conclusies van den Adv.-Gen. de Bosch Kemper vóór Hof N.-Holl., arresten van 6 Okt. 1845 en 8 Januari 1846, vermeld sub Alg. Begins. XVI no. 1 i. f. Zie verder de Tijdgenoot 1842 p. 495, de in de voorgaande noot vermelde dissertatie van F. Buys, p. 4—6 en Hoffman, hierboven sub a geciteerd, II nos. 437—441, p. 354—367, alsmede Haus, aldaar aangehaald in no. 438, p. 357—358. — Hoffman stelt zich op het — m. i. onjuiste — standpunt, dat hetgeen ons art. 6 Sv. bepaalt, kan gelden, waar zulk een voorschrift niet bestaat. — Vgl. hierbij ook de bestrijding van het door Quarles van Ufford in Themis 1848 p. 378—379 gezegde, door Léon in diens Staatsrecht I, le ed. (1850) p. 7 sub no. 5 op de wet van 3 April 1806.

De iure constituendo tegen schorsing voor publiekrechtelijke geschilpunten in strafzaken Roëll en Oppenheim in R. Mag. 18 (1£99) p. 224 (Bijdrage I p. 86). Vgl. het slot van § 36 der Mem. v. Toel. op het Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv.

cl. Bij het voorafgaande vgl. ook de Jonge, Admin. en Just. p. 74—75 voor den regel, in den aanhef van dit no. 27 weergegeven, en 1.1. p. 75—76 voor (m. i. vermeende) uitzonderingen. — Als zoodanig noemt de Jonge : lo. het geval van den rekenplichtigen ambtenaar die, wegens verduistering der hem in zijn kwaliteit toevertrouwde gelden voor den strafrechter geroepen, schorsing vraagt opdat alsnog zijn rekening en verantwoording door de bevoegde administratieve autoriteit worde onderzocht en vastgesteld ; 2o. het delikt van valsche munt in verband met de destijds geldende artt. 10—12 der wet van 1 Juni 1850 Stbl. 25; 3o. strafvervolging wegens nalatigheid in onderhoudsplicht van werken, waarbij volgens de Jonge de onderhoudsplicht behoort te worden uitgemaakt door het admin. gezag, en 4<>. de strafvervolging

Sluiten