Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1907, toen echter wèl bij den Raad was geappelleerd. In 1864 was de vanwege beklaagde aangevoerde reden tot vrijstelling door een brandraad ongegrond bevonden, en bleek niet dat beklaagde gebruik had gemaakt van zijn recht tot reklame tegen zijn in-dienst-stelling bij den Gem.-Raad. Dientengevolge kunnen de beslissingen der arresten van 1864, 1902 en 1907 ook worden aangemerkt als eerbiedigend de voorafgaande uitspraak van een administratief rechter (wat intusschen niet uitkomt in de motiveering; vgl. hierna nos. 51 en 62), — doch gQldt ditzelfde niet voor het arrest van 1865.

Evenmin voor het in anderen zin dan het arrest van 1864 gewezene van H. R. 22 Aug. 1848 W. 1024, R.spr. 81 § 61, v. d. Hon. G. Z. 8 p. 35, W. B. A. 41. Hierbij werd aangenomen dat de in een gemeenteverordening op persoonlijke diensten vervatte opdracht aan den Raad der beslissing over reklames van hen die vrijstelling verlangen, den strafrechter niet verhindert een door beklaagde aangevoerde reden tot vrijstelling te onderzoeken, en daarover uitspraak te doen. Uit dit vóór invoering der Gemeentewet gewezen arrest kan niet worden opgemaakt, of een administratiefrechterlijke uitspraak was voorafgegaan, noch of hier, volgens de verordening, het bestaan van een reden tot vrijstelling de strafbaarheid ophief.

d. Of de beslissingen, bij de hierboven geciteerde arresten van 1864, 1865, 1902 en 1907 gegeven, daargelaten de bedoeling van den II. R., inderdaad een toepassing zijn van de reserve, gemaakt bij het in no. 27 hiervóór vermelde arrest van 1885, hangt daarvan af, of in de gevallen bij de eerstgenoemde vier arresten berecht, de opdracht van beslissing aan het administratief gezag, op grond waarvan de H. R. den strafrechter niet bevoegd achtte tot een onderzoek van het punt in kwestie, — wèl of niet betrof een kenmerk der overtreding, respektievelijk een omstandigheid, die de strafbaarheid uitsloot (vgl. Alg. Begins. XIV no. 10). — Het komt mij voor dat dit niet het geval was bij de arresten van 1902 en 1907, daar element van het delikt hier was het als dienstplichtige (bediende) afwezig blijven, en dienstplicht naar de

Sluiten